In deze civiele zaak vordert de appellant betaling van € 2.788,66 bestaande uit hoofdsom, rente en incassokosten wegens onbetaalde abonnementskosten voor een camerasysteem en een elektronisch inbraakbeveiligingssysteem. De vordering is gebaseerd op twee duurovereenkomsten die door een vof, waarvan de geïntimeerden vennoten waren, zijn overgenomen van een derde partij.
De appellant heeft de systemen geïnstalleerd en vanaf december 2018 facturen gestuurd, waarvan slechts de eerste is betaald. Na uitblijven van betaling heeft appellant de overeenkomsten ontbonden en een afkoopsom voor de resterende contractduur in rekening gebracht. De geïntimeerden hebben geen verweer gevoerd in hoger beroep en waren ook in eerste aanleg niet verschenen.
De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing, maar het hof oordeelt anders. Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering toe, waarbij de geïntimeerden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.