Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 7 maart 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
€ 8.199
-/- € 11.046
Oordeel van de Rechtbank
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- primair tot vermindering van de aanslag IB/PVV tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.199, met toepassing van een gebruikelijk loon van nihil;
- subsidiair tot vermindering van de aanslag IB/PVV tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 18.439, bestaande uit het resultaat uit overige werkzaamheden van € 8.199 en een gebruikelijk loon van € 10.240 dat is opgenomen in de op 1 oktober 2020 ingediende aangifte IB/PVV;
- meer subsidiair concludeert belanghebbende tot vermindering van de aanslag IB/PVV tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning in goede justitie vast te stellen door het Hof, met toepassing van een maximaal gebruikelijk loon van € 35.617 (gelijk aan het bedrag van de belastbare winst van de Holding in 2018).
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing over de Zvw en de verzuimboete;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, behoudens de beslissing over de Zvw en de verzuimboete;
- vermindert de aanslag IB/PVV tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 18.439;
- vermindert de in rekening gebrachte belastingrente overeenkomstig;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.348;
- bepaalt dat de Inspecteur het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 185 aan belanghebbende vergoedt.