ECLI:NL:GHDHA:2023:520
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting voor dieselauto met niet-geregistreerde fijnstofuitstoot
Belanghebbende is houder van een dieselauto met een datum eerste toelating van 5 februari 1990, waarvoor geen fijnstofuitstootwaarde is geregistreerd in het kentekenregister. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting op voor meerdere tijdvakken tussen mei 2020 en augustus 2021. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de toeslag onterecht was opgelegd, mede omdat de roetmeting tijdens de APK-keuring een absorptiecoëfficiënt van 1.7/m liet zien, lager dan de norm van 2.5.
De Rechtbank oordeelde deels in het voordeel van belanghebbende door het bezwaar over de termijn niet-ontvankelijk te verklaren en vernietigde het besluit, maar verklaarde het bezwaar inhoudelijk ongegrond. Het Hof bevestigde deze uitspraken en overwoog dat de wetgever de fijnstoftoeslag oplegt op basis van een norm van meer dan 5 milligram fijnstof per kilometer, niet op basis van de roetuitstootnorm van de APK. Omdat de fijnstofuitstoot niet in het kentekenregister is geregistreerd en de datum eerste toelating vóór 1 september 2009 ligt, geldt het vermoeden dat de auto meer dan 5 milligram fijnstof per kilometer uitstoot.
Belanghebbende heeft onvoldoende tegenbewijs geleverd om dit vermoeden te weerleggen. De RDW heeft geweigerd de gegevens aan te passen omdat het overgelegde bewijs niet voldeed aan de wettelijke norm. Het Hof verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd en het hoger beroep is ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting worden bevestigd.