ECLI:NL:GHDHA:2023:554
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenhouding wegens recidivegevaar bij overtreding art. 138aa Sr
De rechtbank Rotterdam had de voorlopige hechtenis van de verdachte bevolen voor 45 dagen wegens verdenking van overtreding van artikel 138aa Sr. De verdachte stelde hoger beroep in tegen deze beslissing en verzocht tevens om schorsing van de voorlopige hechtenis.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het recidivegevaar, zoals bedoeld in artikel 67a lid 2 onder 2 Sv, aanwezig is. Daarbij is vooral het risico van misdrijven die algemeen gevaar voor goederen kunnen veroorzaken van belang. Het hof verwijst naar recente jurisprudentie waarin bij first offenders doorgaans een taakstraf passend is, maar constateert dat in deze zaak bijzondere omstandigheden gelden omdat de verdachte eerder onder soortgelijke omstandigheden op een haventerrein is aangetroffen.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen omdat het belang van de strafvordering prevaleert boven het belang van de verdachte. Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt daarmee het bevel tot gevangenhouding.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de gevangenhouding wegens recidivegevaar.