ECLI:NL:GHDHA:2023:598
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en verbeuring aandeel appartementen door verzwegen eigendom bij echtscheiding
Partijen waren gehuwd in wettelijke algehele gemeenschap van goederen van 1972 tot 1997. Tijdens het huwelijk kocht de man twee appartementen, waarbij hij tegenover de notaris verklaarde ongehuwd te zijn. Na dertig jaar ontdekte de ex-echtgenote dat deze appartementen niet waren opgenomen in de verdeling van de huwelijksgemeenschap.
Het hof verleende de man een bewijsopdracht om aan te tonen dat de vrouw op het moment van de verdeling wist van het eigendom van de appartementen. Diverse getuigen werden gehoord, maar hun verklaringen boden onvoldoende bewijs dat de vrouw hiervan op de hoogte was. Ook de verklaringen van partijen zelf waren niet overtuigend.
Het hof oordeelde dat de man niet voldeed aan zijn bewijsopdracht en dat hij zijn aandeel in de appartementen aan de vrouw heeft verbeurd op grond van artikel 3:194 lid 2 BW Pro. Het bestreden vonnis van de rechtbank Rotterdam werd vernietigd en het primair door de vrouw gevorderde werd toegewezen. De man werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De man heeft zijn aandeel in de twee appartementen aan de vrouw verbeurd wegens verzwegen eigendom bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap.