Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- op 16 januari 2023 een e-mailbericht met bijlagen;
- op 23 januari 2023 een e-mailbericht met bijlagen.
€ 278.000,- en een bedrag van € 40.809,71 zijnde (het saldo van) de vergoedingsvordering van de vrouw;
het hof begrijpt: voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en, opnieuw rechtdoende, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
het hof begrijpt:44) aan de man dient te voldoen als bijdrage in de kosten van de huishouding, dan wel als bijdrage in de kosten van levensonderhoud tijdens het huwelijk van partijen;
Procesrechtelijke beslispunten
Partneralimentatie
De verdeling van de eenvoudige gemeenschap
naar het hof begrijpt, nog een vergoedingsrecht van € 343.286,91 op de vrouw te hebben dat hij met de netto verkoopopbrengst van de woning wenst te verrekenen. Het hof heeft de advocaat van de man ter terechtzitting uitvoerig bevraagd over de juridische grondslag van het door de man gestelde vergoedingsrecht. Deze juridische onderbouwing heeft de advocaat van de man in het geheel niet kunnen geven. Het hof komt derhalve tot de conclusie dat de man zonder deugdelijke gronden de afwikkeling van de verdeling van de eenvoudige gemeenschap van de woning heeft vertraagd. Het hof verwijst ter zake naar rechtsoverweging 44 hierna. Onder die omstandigheden acht het hof het niet redelijk en billijk om als waardepeildatum de datum feitelijke levering te hanteren, mede gezien de tot voor kort sterk stijgende woningmarkt. Het hof zal de waardepeildatum in redelijkheid stellen op 1 augustus 2019, zoals door de vrouw in eerste aanleg bij brief van 14 november 2021 is verzocht. Onder de waarde van de woning verstaat het hof de waarde in het vrije economische verkeer ofwel de waarde die bij koop en verkoop tot stand komt onder de meest gunstige marktomstandigheden, waarbij tevens dient uitgegaan te worden van de staat van het onroerend goed per 1 augustus 2019.
naar het hof begrijpt: op de vrouw, niet € 231.251,88 bedraagt maar € 343.286,91.
het hof begrijpt: de ‘helft’ van€ 24.968,93) van de vrouw dient te ontvangen in verband met de verdeling van de overwaarde van de vorige eenvoudige gemeenschap van de woning van partijen te [plaats 2] . Volgens de man heeft hij destijds te weinig uit de overwaarde ontvangen.
het hof leest: € 296.922,52) bedraagt.
€ 24.962,53 jegens de man toe te kennen wegens een door haar met privémiddelen afbetaalde hypothecaire schuld van partijen van € 49.925,05 bij mevrouw [tante van de man] (een tante van de man) ter zake van de aanschaf tijdens het huwelijk van een eerdere gezamenlijke woning te [plaats 3] .
Investering van de vrouw in de vennootschap onder firma (vof)
Kosten van de huishouding
Slotsom
Proceskosten
€ 278.000,- bij de ING Bank geheel voor rekening van de vrouw komt en als eigen schuld wordt voldaan en de betreffende geldverstrekker de man doet ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze hypothecaire geldlening;