Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 15 juni 2021, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, van 17 maart 2021;
- de memorie van grieven van [appellante].
3.Feitelijke achtergrond
(…)”.
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Beoordeling in hoger beroep
dat]
uitstel van de behandeling tot na terugkeer in Nederland niet medisch verantwoord is’- en in artikel 22 ZZP Pro – ‘
zorg (…) die redelijkerwijs niet uitgesteld kan worden tot terugkeer naar het woonland’- verschillen tekstueel immers weliswaar enigszins van elkaar maar komen inhoudelijk op hetzelfde neer. De conclusie moet daarom zijn dat ook niet is voldaan aan de voorwaarde voor vergoeding van spoedeisende zorg in het buitenland in artikel 22 ZZP Pro.
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 17 maart 2021;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Zorg en Zekerheid begroot op nihil.