ECLI:NL:GHDHA:2023:95
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van spijtoptantenregeling
Appellant werd door de rechtbank Den Haag op 10 mei 2022 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Hij verzocht op 18 oktober 2022 om tussentijdse beëindiging van deze regeling, maar dit verzoek werd op 21 december 2022 door de rechtbank afgewezen. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
De rechtbank oordeelde dat appellant aan zijn verplichtingen voldeed en dat beëindiging niet in zijn belang was, mede vanwege zijn langdurige schuldenlast en arbeidsongeschiktheid. Het hof nam kennis van de stukken, de reacties van de bewindvoerder en de mondelinge behandeling op 10 januari 2023, waarbij appellant niet aanwezig was.
Het hof constateerde dat appellant herhaaldelijk gebruik wilde maken van de spijtoptantenregeling (art. 350 lid 3 sub g Fw Pro) en tijdens het hoger beroep nieuwe bovenmatige schulden had gemaakt door online goederen te bestellen met het doel de regeling te beëindigen. De bewindvoerder uitte zorgen over de gedragingen van appellant, die de uitvoering van de regeling belemmerden.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, beëindigde de schuldsaneringsregeling en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afdoening. Het verzoek van appellant tot ontslag van de beschermingsbewindvoerder werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit verzoek bij de kantonrechter thuishoort.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en beëindigt de schuldsaneringsregeling op grond van de spijtoptantenregeling.