Belanghebbende ontving in 2019 een Wajong-uitkering met terugwerkende kracht tot 2016 na een gerechtelijke procedure. De Inspecteur legde een aanslag IB/PVV op over 2019, inclusief dit bedrag. Belanghebbende stelde dat de uitkering gedeeltelijk aan eerdere jaren moest worden toegerekend en dat middeling toegepast moest worden, en verzocht om kwijtschelding wegens financiële problemen.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat de uitkering belastbaar is in het jaar van ontvangst, conform artikel 3.146 Wet IB 2001, en dat middeling niet tot een teruggaaf leidt. Ook de kwijtschelding kon niet in deze procedure worden toegewezen.
In hoger beroep bevestigde het gerechtshof deze beoordeling. Er is geen wettelijke grondslag voor toerekening aan eerdere jaren, de middelingsregeling leidt niet tot een teruggaaf omdat het verschil onder de drempel blijft, en de rechter mag de billijkheid van de wet niet toetsen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.