ECLI:NL:GHDHA:2024:149
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na toetsing vergelijkingsmethode en bewijslast
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1820 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €526.000 voor het jaar 2020. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam die de waarde bevestigde, is hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag.
Het geschil betreft de vraag of de waarde te hoog is vastgesteld. Belanghebbende stelt lagere waardes voor, primair €442.000 en subsidiair €269.000. Het Gerechtshof toetst de door de Heffingsambtenaar gebruikte waarderingsmethode, die gebaseerd is op een taxatierapport met vergelijkingsobjecten. De gekozen vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar in type, bouwperiode, inhoud en ligging, en de verschillen zijn adequaat gecorrigeerd in een matrix met KOUDV-factoren.
Belanghebbende voerde aan dat essentiële stukken zoals bouwtekeningen, grondstaffels en iWOZ-rapporten niet zijn overgelegd, maar het Hof oordeelt dat deze niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren en dat de Heffingsambtenaar aan zijn bewijslast heeft voldaan. De inhoudsmetingen en grondprijzen zijn voldoende onderbouwd en de stellingen van belanghebbende onvoldoende concreet of aannemelijk gemaakt.
Het Gerechtshof concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 17 januari 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €526.000 wordt bevestigd.