Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 14 mei 2024
[appellant],
De procedure
Beoordeling van het hoger beroep
De beslissing
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] uit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Appellant heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dat op 2 april 2024 werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat hij de verplichtingen, met name de informatieplicht, zou nakomen. Appellant was tweemaal opgeroepen voor zitting; hij meldde zich de eerste keer ziek zonder medische stukken en verscheen de tweede keer niet.
In hoger beroep betoogt appellant dat de vrees voor niet-nakoming onterecht is. Het hof overweegt dat het merendeel van de schulden buiten de driejaarstermijn is ontstaan en dat de schulden binnen die termijn, waaronder belastingschulden en premies, geen belemmering vormen voor de regeling. Appellant heeft zijn persoonlijke en financiële situatie sinds onderbewindstelling in mei 2022 gestabiliseerd en toont bereidheid om aan de verplichtingen te voldoen.
Het hof acht aannemelijk dat appellant zijn situatie onder controle heeft en zich zal inspannen om aan de schuldsaneringsregeling te voldoen, mede met ondersteuning van de beschermingsbewindvoerder. Het hof past de hardheidsclausule toe, vernietigt het vonnis van de rechtbank en spreekt de schuldsaneringsregeling uit. De zaak wordt terugverwezen ter uitvoering.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en spreekt de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van appellant.