Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 23 maart 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 januari 2022;
- de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel van AZM, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in het incidenteel appel.
3.Feitelijke achtergrond
€ 13.004,24+
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
"de omstandigheden waarop [appellant] zich beroept tot uitgangspunt"heeft genomen. De rechtbank heeft haar oordeel naar de mening van AZM ook voldoende gemotiveerd..
ex aequo et bonoeen bedrag van € 10.000 voor vergoeding in aanmerking komt.
terugvordering van reeds verstrekte bijstandop basis van de in deze procedure toegekende schadevergoeding, is deze garantie toewijsbaar, zij het dat het hof een terugvordering onwaarschijnlijk acht, nu – zoals hiervoor in rechtsoverweging 6.9 overwogen – de vordering tot schadevergoeding wegens verlies aan arbeidsvermogen wordt afgewezen. AZM dient – met andere woorden – [appellant] te vrijwaren tegen een (al dan niet terechte) terugvordering van reeds verleende bijstand in verband met in dit arrest toegekende schadevergoeding.
beëindiging van bijstanddoor de gemeente de geweigerde uitkering aanvullend door AZM moet worden voldaan, komt deze niet voor toewijzing in aanmerking. Uiteraard is het de bedoeling dat de toegekende bedragen ook daadwerkelijk voor het beoogde doel beschikbaar komen. Een verhaalsgarantie is daarvoor naar het oordeel van het hof echter niet het geëigende instrument. Het is aan partijen om zich te verstaan met de gemeente over de wijze waarop dit het beste kan worden bereikt.