ECLI:NL:GHDHA:2024:2091
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid aanmanings- en betekeningskosten parkeerbelasting
De zaak betreft het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam die de aanmaningskosten en betekeningskosten in verband met naheffingsaanslagen parkeerbelasting van de gemeente Rotterdam heeft bevestigd. Belanghebbende betwistte de rechtmatigheid van deze kosten omdat zij stelde niet op de hoogte te zijn gesteld van de naheffingsaanslagen, mede omdat zij geen e-mailnotificaties ontving.
Het Gerechtshof oordeelt dat de Invorderingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de naheffingsaanslagen digitaal via de berichtenbox van MijnOverheid aan belanghebbende zijn verzonden. De enkele ontkenning van ontvangst door belanghebbende is onvoldoende om dit vermoeden te ontzenuwen. Daarnaast zijn de aanmaningen en dwangbevelen per post naar het juiste adres verzonden, wat eveneens voldoende aannemelijk is gemaakt.
Het hof benadrukt dat het instellen van e-mailnotificaties binnen MijnOverheid een verantwoordelijkheid is van de belanghebbende zelf, en dat het niet ontvangen van dergelijke notificaties voor haar risico komt. Gezien het niet tijdig betalen van de naheffingsaanslagen zijn de aanmaningskosten en betekeningskosten terecht opgelegd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank bevestigd en er wordt geen vergoeding van griffierechten, proceskosten of wettelijke rente toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanmanings- en betekeningskosten zijn terecht opgelegd.