ECLI:NL:GHDHA:2024:2094
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks geschil over erfpachtcorrectie
Belanghebbende betwistte de door de Heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, met name de erfpachtcorrectie op vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelde dat verweerder de benodigde gegevens niet volledig had verstrekt, wat een schending van artikel 40, tweede lid, Wet WOZ betekende, en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de waarde aannemelijk was gemaakt.
In hoger beroep stond centraal of de erfpachtcorrectie terecht werd toegepast. De Heffingsambtenaar had de waarde bepaald op € 305.000, gebaseerd op een taxatierapport en een waardematrix met vergelijkingsobjecten, waarbij erfpachtcorrecties waren toegepast op verkoopprijzen van woningen op erfpachtgrond.
Het hof oordeelde dat de erfpachtcorrectie noodzakelijk is om de waarde van de volle eigendom te bepalen en dat de door de Heffingsambtenaar gehanteerde correcties goed onderbouwd waren met leveringsakten. De stellingen van belanghebbende dat de erfpacht geen invloed zou hebben of dat de correctie maximaal 40% zou mogen bedragen, faalden wegens onvoldoende onderbouwing.
De vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar en de gecorrigeerde verkoopprijzen ondersteunden de vastgestelde WOZ-waarde. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.