ECLI:NL:GHDHA:2024:2105
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering WOZ en afwijzing proceskostenvergoeding na hoger beroep
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een hoekwoning op €340.000 voor het jaar 2022 vast. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de waardering onjuist was, onder meer vanwege onvoldoende rekening houden met het afnemend grensnut en het onderscheid tussen hoek- en rijwoningen. De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en heffingsambtenaar werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Belanghebbende ging in hoger beroep en voerde aan dat het aandragen van nieuwe vergelijkingspanden in de beroepsfase de procespositie had geschaad en dat de onderbouwing van de waarde pas laat was verstrekt, waardoor beroep noodzakelijk was. Het Hof oordeelde dat het de heffingsambtenaar vrij staat om in elke fase andere vergelijkingsobjecten aan te dragen, mits dit de goede procesorde niet schaadt. Dit was hier niet het geval. De heffingsambtenaar had voldoende inzicht gegeven in de waardering en belanghebbende had voldoende gelegenheid om te reageren.
Het Hof concludeerde dat de motiveringsplicht niet was geschonden en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd zonder proceskostenvergoeding.