ECLI:NL:HR:2010:BO6786
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat inspecteur in hoger beroep nieuwe verweren mag aanvoeren binnen goede procesorde
Belanghebbende kreeg voor de jaren 2002 en 2003 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar werden deze aanslagen gehandhaafd door de inspecteur. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslagen. Het hof vernietigde echter deze uitspraak en verminderde eveneens de aanslagen. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de inspecteur in beginsel vrij is om in de procedure voor de rechtbank een ander standpunt in te nemen dan in de bezwaarfase. Ook in hoger beroep mag de inspecteur zich verweren met alle gronden die hij dienstig acht, tenzij het standpunt ondubbelzinnig is prijsgegeven of de behandeling ervan de goede procesorde schaadt.
Deze opvatting sluit aan bij de parlementaire geschiedenis van de Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties, waarin de herkansingsfunctie in hoger beroep centraal staat. Klachten die een andere opvatting voorstaan, worden verworpen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en legde geen proceskosten op.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de inspecteur in hoger beroep nieuwe verweren mag aanvoeren binnen de grenzen van de goede procesorde.