ECLI:NL:GHDHA:2024:2180

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
20 november 2024
Zaaknummer
22-002050-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 17 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeerArt. 16 lid 2 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens niet-naleving kennisgeving bloedonderzoek bij rijden onder invloed

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het ten laste gelegde rijden onder invloed van alcohol, zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het geschil draaide om de vraag of het laboratoriumonderzoek naar het bloed van de verdachte rechtsgeldig als bewijs kon dienen.

Het hof stelde vast dat het laboratoriumverslag naar een achterhaald adres was gestuurd, waardoor de verdachte niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van een week schriftelijk op de hoogte werd gesteld van het resultaat en van het recht op tegenonderzoek, zoals vereist in artikel 17 van Pro het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.

Deze kennisgeving vormt een strikte waarborg in het stelsel rond het alcoholonderzoek. Door de niet-naleving van deze waarborg kon het resultaat van het bloedonderzoek niet als bewijs worden gebruikt. Zonder dit bewijs was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de verdachte te veroordelen.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij. De advocaat-generaal deed afstand van het cassatieberoep, waarmee de uitspraak definitief werd.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens niet-naleving van de kennisgevingsplicht van het bloedonderzoek.

Uitspraak

Gerechtshof Den Haag

enkelvoudige kamer voor strafzaken
Rolnummer: 22-002050-23
Parketnummer: 10-220591-20
TEGENSPRAAK
Uitspraak van mr. B.P. de Boer van 15 november 2024 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [achternaam verdachte],

voornamen:
[voornamen verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats], [woonadres].
Motivering vrijspraak
Het hof stelt op grond van de inhoud van het dossier vast dat het ervoor moet worden gehouden dat de verdachte niet – zoals wordt voorgeschreven door artikel 17 van Pro het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer - binnen een week na ontvangst van het verslag, bedoeld in artikel 16 lid 2 van Pro dat Besluit, schriftelijk in kennis van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek, aangezien de uitslag van het laboratoriumonderzoek naar een inmiddels (voor de autoriteiten kenbaar) achterhaald (en niet door de verdachte opgegeven) adres van de verdachte is gestuurd, waardoor hij pas geruime tijd na het bloedonderzoek over de uitkomst daarvan is geïnformeerd.
Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad (zie onder meer ECLI:NL:HR:2021:1793) blijkt dat het in artikel 17 van Pro het Besluit neergelegde voorschrift dat de verdachte in kennis wordt gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek behoort tot het stelsel van strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 is omringd.
De omstandigheid dat artikel 17 van Pro het Besluit niet is nageleefd, brengt dan ook mee dat dat resultaat van het bloedonderzoek niet voor het bewijs kan worden gebezigd.
Zonder dat resultaat resteert onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een bewezenverklaring, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
mr. B.P. de Boer
De advocaat-generaal doet afstand van de bevoegdheid om beroep in cassatie in te stellen.