ECLI:NL:GHDHA:2024:2499
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzet tegen strafbeschikking en terugwijzing naar rechtbank
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter die verdachte niet-ontvankelijk had verklaard in het namens hem ingestelde verzet tegen een strafbeschikking van 10 februari 2023.
De raadsman van verdachte stelde dat het verzet tijdig was ingesteld binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na bekendwording van de strafbeschikking. Het hof nam kennis van het verzetschrift gedateerd 6 maart 2023, dat per post en e-mail aan de officier van justitie was verzonden. Ondanks dat de akte van ontvangst pas op 12 april 2023 dateerde, achtte het hof het verzet tijdig ingesteld.
Het hof oordeelde dat niet was gebleken dat de strafbeschikking aan verdachte persoonlijk was uitgereikt, noch dat het verzet na de termijn was ingesteld. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en verklaarde het verzet ontvankelijk. Vervolgens verwees het hof de zaak terug naar de rechtbank Den Haag om met inachtneming van dit arrest opnieuw recht te doen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 18 december 2024, waarbij één lid niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.