Op 9 juli 2022 betrad de verdachte samen met vijf anderen het ING-pand aan het Tournooiveld 6 te Den Haag om vreedzaam te demonstreren tegen investeringen in fossiele brandstoffen. Na meerdere verzoeken van ING-medewerkers om het pand te verlaten, bleef de verdachte als enige binnen waarna zij werd aangehouden wegens huisvredebreuk.
De verdediging voerde aan dat vervolging een ontoelaatbare inbreuk vormde op het demonstratierecht zoals beschermd door het EVRM en IVBPR, en verzocht ontslag van rechtsvervolging. Het hof oordeelde dat het demonstratierecht weliswaar beschermd is, maar niet onbeperkt geldt en dat het huisrecht van ING en de maatschappelijke noodzaak tot beperking van demonstraties in besloten lokalen zwaarder wogen.
Hoewel het politieoptreden en de vervolging mogelijk minder verstrekkend hadden kunnen zijn, achtte het hof het gedrag van de verdachte wederrechtelijk en strafbaar. Gezien het vreedzame karakter van de demonstratie, de geringe ernst van het feit en het ontbreken van hinder of schade, legde het hof geen straf of maatregel op.