Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 11 maart 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 24 december 2021;
- het arrest van dit hof van 19 april 2022, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 juni 2022 en 7 oktober 2022;
- de memorie van grieven tevens houdende akte wijziging eis van [appellant], met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [verweerster], met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
“Voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces”van 2 november 2012 is het volgende vermeld:
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
- een verklaring voor recht dat [verweerster] toerekenbaar tekort is geschoten in de uitoefening van de overeenkomst en dus aansprakelijk is voor de door [appellant] geleden en nog te lijden schade;
- de veroordeling van [verweerster] tot betaling van de materiële en immateriële schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met rente, althans de gemiste schadevergoeding van [appellant] te begroten dan wel te schatten;
- [verweerster] te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.
6.Beoordeling in hoger beroep
“opname indicatie: Graad 11a gecompliceerde Montegglafractuur links. Operatie d.d. 19-07-2011: open repositie met osteosynthesemateriaal. Postoperatief beloop: Ongecompliceerd.”
“De fractuur is mooi geconsolideerd. Patient heeft een fraaie functie van de linker elleboog met een flexie/extensie van (…) en een pro/supinatie van (…) conform de rechterzijde (…) Patient heeft wel last van zijn osteosynthesemateriaal. Ik heb hem op de opnamelijst geplaatst voor het verwijderen van het osteosynthesemateriaal in dagbehandeling.”
“Operatie d.d. 13-03-2012: verwijderen osteosynthesemateriaal. Postoperatief beloop: Ongecompliceerd.”
“Fasciedefect en neuroom proximale zijde van de linker onderarm. Beleid: In overleg met patient heb ik hem op de wachtlijst geplaatst voor een release van de fascia antebrachil links ulnair en explotratie van het neuroom ter plaatse van de proximale onderarm en begraven van het neuroom.”
(“ik heb de dood in de ogen gekeken”). Op basis van de medische informatie staat verder vast dat [appellant] als gevolg van de mishandeling twee maal is geopereerd, de operaties op zichzelf succesvol zijn verlopen, in die zin dat sprake is van restloos herstel (zijn elleboog- en polsfunctie zijn niet beperkt), maar dat het litteken wel lang pijnlijk is gebleven. Verder heeft [appellant] gesteld dat hij door de mishandeling niet meer kan kickboksen, hetgeen zijn lust en zijn leven was. Het hof zal [appellant] echter niet volgen in zijn stelling dat hij na de mishandeling in het geheel niet meer kon kickboksen vanwege zijn erkenning ter zitting dat hij in 2015 en 2017 nog aan kickbokstoernooien heeft deel genomen. Het hof acht wel denkbaar dat [appellant] enige tijd niet heeft kunnen kickboksen en ook dat hij – nadat hij weer met kickboksen begon – niet meer zijn oude niveau heeft kunnen halen. Duidelijk is ook dat [appellant] zich niet heeft ontwikkeld tot professioneel kickbokser. Dat dit (alleen of mede) het gevolg is van de mishandeling, acht het hof daarentegen onvoldoende aannemelijk, nu [appellant] dit op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Ook de stelling van [appellant] dat hij als gevolg van de mishandeling zijn kind niet meer kan optillen, is niet nader onderbouwd. Gelet op de overgelegde medische informatie acht het hof niet waarschijnlijk dat dit gedurende een langere periode het geval is geweest. Het hof gaat gelet op het vorenstaande niet mee in de door [appellant] gemaakte vergelijking met uitspraken uit de Smartengeldgids. Alle omstandigheden overziend acht het hof voor deze situatie een smartengeld van € 1500,-- passend.
7.Beslissing
- veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 125,03 aan explootkosten, € 343,-- aan griffierecht, en € 2.574,-- aan salaris advocaat (3 punten, tarief I);
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.