ECLI:NL:GHDHA:2024:770
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A.P. Bliek-Monsma
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken volmacht bij WOZ-waarde
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een onroerende zaak, maar het bezwaar werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een volmacht. De rechtbank bevestigde deze beslissing en wees het beroep af, inclusief het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het bezwaar wel ontvankelijk had moeten worden verklaard en dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. Het gerechtshof overwoog dat de gemachtigde in het bezwaarschrift weliswaar stelde dat een volmacht was bijgevoegd, maar dat dit niet aannemelijk was gemaakt. De overgelegde volmacht was bovendien gedateerd na de uitspraak op bezwaar. Het hof benadrukte dat het bestuursorgaan het bezwaar terecht niet-ontvankelijk kon verklaren omdat de volmacht niet binnen de gestelde termijn was overgelegd.
Verder oordeelde het hof dat de rechtbank terecht geen vergoeding van immateriële schade toekende, omdat de redelijke termijn niet was overschreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een volmacht, en het hoger beroep is ongegrond.