ECLI:NL:GHDHA:2024:816
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag bpm ondanks betwisting waardevermindering door schade en niet-originele onderdelen
Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag bpm ontvangen na registratie van een gebruikte BMW 2-serie Coupé M2. De Inspecteur stelde de aanslag vast op basis van een forfaitaire afschrijvingstabel en hield geen rekening met waardevermindering door schade of niet-originele onderdelen. Belanghebbende voerde aan dat het taxatierapport schade en niet-originele onderdelen aantoonde die de waarde van de auto verminderen.
De Rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van meer dan gebruikersschade of dat de niet-originele onderdelen de waarde verminderden. Het hof sluit zich hierbij aan en benadrukt dat ook positieve waardevermeerderingen door afwijkende onderdelen in aanmerking moeten worden genomen. Belanghebbende heeft geen overtuigend bewijs geleverd dat de afwijkingen de waarde negatief beïnvloeden.
Ook de belastingrente is terecht in rekening gebracht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 8 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag bpm en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs voor waardevermindering.