ECLI:NL:GHDHA:2024:871
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nederlandse rechter internationaal onbevoegd bij ouderlijke verantwoordelijkheid minderjarigen met verblijfplaats Marokko
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over het gezag over hun drie minderjarige kinderen, die sinds juli 2021 feitelijk in Marokko verblijven. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de moeder toegekend, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof moest eerst beoordelen of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd was om over het gezag te beslissen. De vader stelde dat de gewone verblijfplaats van de kinderen sinds 2021 in Marokko is, terwijl de moeder stelde dat zij onterecht naar Marokko zijn gebracht en de gewone verblijfplaats nog in Nederland ligt.
Het hof oordeelde dat, ook als de kinderen onrechtmatig naar Marokko zijn gebracht, de moeder binnen een jaar geen verzoek tot terugkeer heeft ingediend en de kinderen inmiddels geworteld zijn in Marokko. Daardoor is de gewone verblijfplaats van de kinderen Marokko en is de Nederlandse rechter internationaal onbevoegd.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank, verklaarde de Nederlandse rechter onbevoegd en compenseerde de proceskosten. Het verzoek tot schorsing van de beschikking werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is internationaal onbevoegd verklaard omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen sinds 2021 in Marokko ligt.