ECLI:NL:GHDHA:2024:964

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
13 juni 2024
Publicatiedatum
18 juni 2024
Zaaknummer
BK-23/676
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden in belastingzaak WOZ 2021

In deze zaak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2021.

Het hof constateerde dat het hogerberoepschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen omdat het geen gronden van het hoger beroep bevatte. Belanghebbende werd via een bericht aan zijn gemachtigde gewezen op dit verzuim en uitgenodigd dit binnen een gestelde termijn te herstellen.

Aangezien belanghebbende niet aan deze uitnodiging voldeed, oordeelde het hof dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Den Haag op 13 juni 2024 en is openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen van het verzuim binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
enkelvoudige kamer
nummer BK-23/676

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling van 13 juni 2024

op het hoger beroep van
[X]te [Z] , belanghebbende, tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 6 juni 2023, nr. ROT 22/608, betreffende de ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2021 gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.

Overwegingen omtrent het hoger beroep

Het hogerberoepschrift bevat niet de gronden van het hoger beroep.
Belanghebbende is via een bericht verzonden aan de gemachtigde, te weten: [naam] , t.a.v. de heer mr. A. Bakker, via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ op 19 juli 2023 om 12.49 uur op het verzuim gewezen en is bij die gelegenheid uitgenodigd dit verzuim uiterlijk op 16 augustus 2023 te herstellen. Belanghebbende heeft aan deze uitnodiging binnen de gestelde termijn geen gevolg gegeven.
Nu het hogerberoepschrift niet aan de eisen van de wet voldoet en belanghebbende niet binnen de gestelde termijn het verzuim heeft hersteld, is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet behoort te worden ontvangen in het hoger beroep.
Deze uitspraak is gegeven op grond van de artikelen 6:5, 6:6, 6:24, 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.

Proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is vastgesteld door A. van Dongen, in tegenwoordigheid van de griffier
I. Hoogendoorn. De beslissing is op 13 juni 2024 in het openbaar uitgesproken.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:
Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kanbinnen zes wekenna de verzenddatum van deze uitspraak een verzetschrift indienen bij dit gerechtshof. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen over het verzet te worden gehoord. Een kopie van de uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd. Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht;
- de gronden van het verzet.
Als het gerechtshof het verzet gegrond verklaart, vervalt deze uitspraak. Het gerechtshof zal het hoger beroep dan verder behandelen en daarover ontvangen partijen nog bericht.