Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een brief van de zijde van de man (met bijlagen), van 13 maart 2024, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de man (met bijlagen), van 15 april 2024, ingekomen op 16 april 2024;
- een brief van de zijde van de man van 6 mei 2024, ingekomen op 7 mei 2024;
- een journaalbericht van de zijde van de man (met bijlagen) van 13 mei 2024, ingekomen op 14 mei 2024;
- een journaalbericht van de zijde van de man (met bijlagen) van 24 mei 2024, ingekomen op 27 mei 2024.
- een akte overlegging producties tevens vermeerdering verzoek van de zijde van de man (met bijlagen) van 6 oktober 2024, ingekomen op 7 oktober 2024;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw (met bijlagen) van 8 oktober 2024, ingekomen op 9 oktober 2024.
3.De feiten
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] .
- [meerderjarige dochter] (hierna: [meerderjarige dochter] ), geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] (hierna: [minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 4] (hierna: [minderjarige 4] ), geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] .
4.De omvang van het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben;
- bepaald dat als reguliere zorgregeling geldt dat de kinderen steeds een week bij de vrouw en daarna een week bij de man verblijven, waarbij de wissel plaatsvindt op woensdagmiddag;
- (verkort weergegeven) bepaald dat de kinderen de helft van de voorjaarsvakantie, zomervakantie en kerstvakantie bij iedere ouder verblijven, bepaald dat de kinderen tijdens het Suiker- en Offerfeest bij de man verblijven en bepaald dat de reguliere zorgregeling blijft gelden tijdens de overige vakanties en tijdens de overige feestdagen;
- bepaald dat de man met ingang van 14 december 2023 (de datum van de bestreden beschikking) € 240,- per kind per maand kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen, bij vooruitbetaling te voldoen;
- bepaald dat de man met ingang van de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, € 538,- per maand partneralimentatie aan de vrouw moet betalen, bij vooruitbetaling te voldoen;
- bepaald dat de echtelijke woning een eenvoudige gemeenschap tussen partijen vormt, en de wijze van verdeling van de echtelijke woning gelast;
- bepaald dat aan de man een vergoedingsrecht toekomt op de gemeenschap van € 40.038,22;
- de beschikking, met uitzondering van de beslissing over de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.