Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
25 maart 2016.
Hoge Raad
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2000 gescheiden. De ontbonden gemeenschap omvatte onder meer een motorboot. De rechtbank had de boot aan de man toegewezen tegen vergoeding aan de vrouw wegens overbedeling. Het hof oordeelde dat de vrouw een deel van de kosten voor de boot moest dragen en kende de man een gebruiksvergoeding toe voor de periode tussen echtscheiding en toedeling.
De vrouw had echter geen gebruiksvergoeding gevorderd en het hof trad buiten de grenzen van de rechtsstrijd door deze toe te kennen. Tevens ging het hof niet in op de betwisting van de man dat hij het exclusieve gebruik van de boot had. De Hoge Raad vernietigt daarom de arresten van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Het incidentele cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen. De kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de arresten en verwijst de zaak voor verdere behandeling vanwege onrechtmatige toekenning van gebruiksvergoeding buiten rechtsstrijd.