De zaak betreft het hoger beroep van Stichting MaasWonen tegen de afwijzing door de kantonrechter van haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding.
MaasWonen stelde dat [verweerder] onvoldoende functioneerde, onder meer door het niet tijdig melden van een liquiditeitstekort en het niet naleven van verbeterafspraken. Het verbetertraject was niet schriftelijk vastgelegd, waardoor het hof oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat [verweerder] voldoende gelegenheid had gekregen om te verbeteren. Wel was sprake van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding.
Het hof concludeerde dat de arbeidsovereenkomst op grond van een combinatie van omstandigheden (i-grond) niet voortgezet kon worden. Herplaatsing was niet mogelijk binnen een redelijke termijn. De arbeidsovereenkomst eindigt per 1 juni 2025. De transitievergoeding wordt toegekend, inclusief een cumulatievergoeding van de helft daarvan wegens het gebrekkige verbetertraject. Het verzoek van [verweerder] tot billijke vergoeding wordt afgewezen omdat geen ernstig verwijtbaar handelen van MaasWonen is vastgesteld.
De proceskosten in eerste aanleg blijven voor rekening van MaasWonen, de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.