ECLI:NL:GHDHA:2025:1192
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsbeëindiging ouders en afwijzing contra-expertiseverzoek minderjarige
Het gerechtshof Den Haag heeft op 25 juni 2025 het hoger beroep van de ouders tegen de rechtbankbeslissing tot beëindiging van hun ouderlijk gezag over hun minderjarige kind behandeld. De minderjarige is sinds kort na de geboorte uit huis geplaatst en woont al jaren bij een pleeggezin. De ouders hebben een belast verleden en zijn gediagnosticeerd met persoonlijkheidsproblematiek, waardoor zij niet in staat zijn het gezag te dragen.
De ouders verzochten het hof om de bestreden beschikking te vernietigen en een contra-expertise te gelasten op grond van artikel 810a lid 2 Rv, maar het hof oordeelde dat de aanvaardbare termijn van onzekerheid voor de minderjarige ruimschoots is verstreken en dat nader onderzoek niet in het belang van het kind is. Het belang van continuïteit en stabiliteit in de opvoedsituatie bij de pleegouders weegt zwaarder dan het belang van de ouders bij gezag.
Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam en wijst de verzoeken van de ouders af. De ouders blijven wel de biologische ouders en kunnen contact onderhouden volgens de bezoekregeling, maar het gezag wordt definitief beëindigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en wijst het verzoek tot contra-expertise af.