Uitspraak
wonende op een geheim adres,
gevestigd te Amsterdam,
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 januari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft de beëindiging van het ouderlijk gezag over een minderjarige die sinds 2017 bij een pleegmoeder verblijft na uithuisplaatsing vanwege problematiek bij de ouders. De rechtbank had het gezag van beide ouders beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. De moeder stelde in hoger beroep dat het gezag niet beëindigd moest worden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en overwoog dat de minderjarige veilig gehecht is aan de pleegmoeder en zich goed ontwikkelt. De moeder heeft positieve stappen gezet, zoals abstinentie van alcohol en een verbeterde omgangsregeling, maar haar woonomstandigheden en de voorgeschiedenis van huiselijk geweld en verslavingen bij de ouders staan terugplaatsing in de weg.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een juiste belangenafweging heeft gemaakt tussen het belang van de minderjarige bij duidelijkheid, continuïteit en hechting, en het belang van de moeder bij gezag. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het belang van het kind prevaleert in deze omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de minderjarige.