ECLI:NL:GHDHA:2025:1345

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
27 juni 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
22-002714-24
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 378a SvArt. 359 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen strafoplegging wegens geringe ernst en persoonlijke omstandigheden bij diefstal lokfiets

De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter inzake diefstal van een lokfiets in 2015 te 's-Gravenhage. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete en voorwaardelijke hechtenis. Het hof acht bewezen dat de verdachte de fiets met wederrechtelijk toe-eigeningsvoornemen heeft weggenomen, maar verklaart niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd.

De advocaat-generaal vorderde vernietiging van het vonnis en geen strafoplegging. De raadsvrouw voerde aan dat de verdachte vanwege haar psychotische stoornis, zwakbegaafdheid, verslaving en fysieke beperkingen geen straf moet krijgen. Het hof overweegt dat artikel 9a Sr toepassing vindt bij geringe ernst, persoonlijke omstandigheden en ouderdom van het feit.

Gelet op de medische rapporten, de leeftijd van de verdachte, haar verslaving, zorgbehoefte en de relatief geringe ernst van het feit, acht het hof strafoplegging niet meer redelijk. Het vonnis wordt vernietigd, de diefstal wordt bewezen verklaard, maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd.

Uitkomst: Aan verdachte wordt geen straf of maatregel opgelegd wegens geringe ernst van het feit en haar persoonlijke omstandigheden.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002714-24
Parketnummer: 09-158795-15
Datum uitspraak: 27 juni 2025
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 26 januari 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats],
BRP-adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,00, subsidiair vijf dagen hechtenis, waarvan € 125,00, subsidiair twee dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 5 augustus 2015 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (Gazelle), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [stichting], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op
of omstreeks5 augustus 2015 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (Gazelle),
in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan [stichting]
, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Geen straf of maatregel
Ook de raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verdachte geen straf of maatregel dient te worden opgelegd.
Het hof overweegt hierover als volgt.
In artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat indien de rechter dit raadzaam acht in verband met de geringe ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, dan wel van omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan, hij in het vonnis kan bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw een verslag van een verpleegkundige en casemanager bij de GGZ-instelling Parnassia Groep van 28 augustus 2024 overgelegd. Hieruit blijkt dat de verdachte lijdt aan een psychotische stoornis, wat haar vermogen om de realiteit correct waar te nemen en te interpreteren ernstig beïnvloedt. Daarnaast wordt in het verslag overwogen dat de verdachte cognitief functioneert op een zwakbegaafd niveau. Dit betekent dat het voor de verdachte onmogelijk is om de aard en de gevolgen van haar daden ten volle te begrijpen.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte een 69-jarige vrouw is, die jaren verslaafd is aan alcohol en cocaïne. De verdachte kan niet zelfstandig wonen en staat op een wachtlijst om te worden geplaatst in een wooninrichting van de Parnassia Groep. Tevens is haar been geamputeerd, waardoor zij gebonden is aan een rolstoel en speciale zorg nodig heeft.
Gelet op voormelde persoonlijke omstandigheden van de verdachte en in aanmerking genomen de ouderdom van het feit en de – relatief – geringe ernst daarvan, is het hof van oordeel dat strafoplegging in dit geval geen redelijk doel meer dient. Het hof acht het daarom raadzaam te bepalen dat aan de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. A.J.P. van Beurden, leden, in bijzijn van de griffier mr. K.J. Duyvis.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 juni 2025.
Mr. A.J.P. van Beurden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.