ECLI:NL:GHDHA:2025:1480

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
23 mei 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
200.354.487/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:19 AwbArt. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek raadsheer wegens mogelijke vooringenomenheid

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de raadsheer A.P. Bliek-Monsma verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van het hoger beroep in een belastingzaak. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat de raadsheer de belanghebbende en diens gemachtigde kent vanuit een eerdere werkkring, waarbij zij ook inhoudelijk contact had over de aan de zaak ten grondslag liggende rechtsvraag. Tevens had zij de belanghebbende doorverwezen naar de gemachtigde.

Het verschoningsverzoek is buiten zitting inhoudelijk behandeld. Volgens artikel 8:19 in Pro verbinding met artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een rechter zich verschonen indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. De kamer hanteert als uitgangspunt de vermoede onpartijdigheid van rechters, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormen.

De kamer concludeert dat de aangevoerde gronden in het verzoek zodanig zijn dat de vrees voor vooringenomenheid, of de schijn daarvan, objectief gerechtvaardigd is. Daarom wijst het hof het verzoek tot verschoning toe. Deze beslissing is genomen door de meervoudige kamer op 23 mei 2025 en aan alle betrokken partijen en functionarissen toegezonden.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van raadsheer Bliek-Monsma wordt toegewezen wegens gegronde vrees voor vooringenomenheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer hoofdzaak: BK-24/1077
Zaaknummer verschoning: 200.354.487/01
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 23 mei 2025
inzake het schriftelijk verzoek om verschoning, als bedoeld in artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht

mr. A.P. Bliek-Monsma

raadsheer-plaatsvervanger in dit gerechtshof,
hierna: de raadsheer,
als lid van de meervoudige belastingkamer belast met de behandeling van het hoger beroep in de zaak met nummer BK-24/1077
van
[X] , belanghebbende,
Gemachtigde: L.E.C. Neve

De procedure

1. Partijen zijn op 29 april 2025 uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van het hoger beroep door de meervoudige kamer van dit gerechtshof op dinsdag 3 juni 2025 te 12:00 uur.
2. In de uitnodiging van 29 april 2025 is de samenstelling van de kamer aan partijen bekendgemaakt.
3. Bij verzoekschrift van 13 mei 2025 heeft de raadsheer verzocht zich te mogen verschonen in de voorlopige voorzieningenprocedure.
4. Het verschoningsverzoek is buiten zitting inhoudelijk behandeld.
Het verschoningsverzoek
5. Het verschoningsverzoek is – samengevat – gebaseerd op het feit dat de raadsheer te kennen heeft gegeven dat zij de belanghebbende en zijn gemachtigde kent via haar vorige werkkring […] . Daarnaast heeft zij aangegeven vanuit haar functie in deze werkkring bemoeienis te hebben gehad met de gemachtigde van belanghebbende met wie zij (inhoudelijk) heeft gesproken over de (ook) aan deze zaak ten grondslag liggende rechtsvraag. Tot slot heeft de raadsheer te kennen gegeven dat zij in de hiervoor genoemde hoedanigheid de belanghebbende heeft doorverwezen naar de gemachtigde, de heer L.E.C. Neve.

Beoordeling van het verschoningsverzoek

6. In artikel 8:19 in Pro verbinding met artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, elk van de rechters die een zaak behandelt kan verzoeken zich te mogen verschonen.
7. Bij beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is.
8. Gelet op de in het verzoek gegeven toelichting is de kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van oordeel dat het verzoek voor toewijzing vatbaar is, aangezien de daarin aangevoerde gronden dusdanig zijn dat de vrees voor vooringenomenheid, althans de schijn daarvan, gerechtvaardigd is.

Beslissing

Het hof:
  • wijst het door mr. A.P. Bliek-Monsma gedane verzoek om verschoning toe;
  • bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de gemachtigde van belanghebbende, de Heffingsambtenaar, de raadsheer die om de verschoning heeft verzocht en de teamvoorzitter van de raadsheer.
Deze beslissing is gegeven op 23 mei 2025 door mrs. E.M. Dousma-Valk, C.A. Joustra en J. Candido in aanwezigheid van de griffier mr. R.E. Stolk.