Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 2.231,- per maand.
kosten van de huishouding
Gerechtshof Den Haag
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van wettelijke gemeenschap. Na hun echtscheiding ontstond een geschil over partneralimentatie en diverse vermogensrechtelijke vergoedingsrechten, waaronder investeringen in onroerend goed, aflossingen en pensioencompensatie.
De man stelde dat de vrouw zich grievend had gedragen en daarom geen recht had op partneralimentatie, maar het hof oordeelde dat dit onvoldoende zwaarwegend was. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op circa €5.858,- netto per maand, terwijl haar inkomen lager was. De man had volgens het hof geen draagkracht vanwege een zwakke financiële positie en een negatieve draagkrachtberekening. Daarom werd de partneralimentatie vernietigd en alsnog afgewezen.
Ten aanzien van de vermogensrechtelijke afwikkeling oordeelde het hof dat de vrouw onvoldoende bewijs leverde voor diverse vergoedingsrechten, zoals investeringen in het appartement aan [adres 2] en aflossingen op de hypotheek. Ook werd vastgesteld dat geen omzetting van pensioen in eigen beheer naar een Oudedagsvoorziening had plaatsgevonden, waardoor de man slechts een bruto partnerpensioen van €90.000,- aan de vrouw hoeft te voldoen.
De bestreden beschikking werd op deze punten vernietigd en deels bekrachtigd, waarbij het hof de financiële afwikkeling en partneralimentatie grotendeels in het voordeel van de man besliste. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt afgewezen en de man moet €90.000,- bruto partnerpensioen aan de vrouw betalen.