ECLI:NL:GHDHA:2025:163
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- R.A. Bosman
- R.M. Hermans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1915 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €448.000 voor het jaar 2022. De heffingsambtenaar gebruikte een taxatieverslag en een waardematrix met vergelijkingsobjecten in dezelfde wijk om de waarde te bepalen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en wees het beroep af. Belanghebbende stelde dat de heffingsambtenaar niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken had verstrekt, waaronder bouwtekeningen, iWOZ-gegevens en een algoritme, en dat de waarde te hoog was.
Het Hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en concludeert dat de heffingsambtenaar zijn toezendplicht niet heeft geschonden, dat de vergelijkingsobjecten adequaat zijn gekozen en dat de vastgestelde waarde in verhouding staat tot de marktgegevens. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €448.000 bevestigd.