Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 14 augustus 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
op € 436.000,-;
verlaagd;
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die aanvankelijk op € 549.000 was gesteld en later ambtshalve werd verlaagd naar € 436.000. De Rechtbank had deze verlaging bevestigd, maar belanghebbende stelde dat de waarde nog te hoog was vanwege geluidsoverlast en vroeg om verdere verlaging en korting op de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) vanwege het niet kunnen gebruiken van gemeentelijke voorzieningen tijdens de coronapandemie.
De Rechtbank oordeelde dat de Heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de geluidsoverlast door een lage score toe te kennen aan de ligging van de woning en dat de vergelijkingsobjecten passend waren. Ook werd geoordeeld dat de OZB geen bestemmingsheffing is en dat het niet-gebruiken van voorzieningen tijdens corona geen recht geeft op korting. Belanghebbendes stellingen over discriminatie door het coronatoegangsbewijs werden niet onderbouwd en verworpen.
In hoger beroep sloot het Hof zich aan bij de overwegingen van de Rechtbank en bevestigde dat de WOZ-waarde van € 436.000 niet te hoog is vastgesteld. Het Hof wees het verzoek om korting op de OZB af en bevestigde dat de OZB een algemene belasting is zonder rechtstreekse tegenprestatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 436.000 en de aanslag OZB worden bevestigd.