Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een e-mailbericht van de zijde van de vrouw van 21 augustus 2023 met bijbehorend roljournaal, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van man van 15 november 2023, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 14 december 2023 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de man van 11 januari 2024 met bijlagen, ingekomen op 12 januari 2024;
- een journaalbericht van de zijde van de man van 23 mei 2024, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 18 september 2024, ingekomen op diezelfde datum;
- een e-mailbericht van 19 november 2024 van de zijde van de vrouw met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de man van 22 februari 2025 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een e-mailbericht van 24 februari 2025 van de zijde van de vrouw, ingekomen op diezelfde datum;
- een e-mailbericht van 24 februari 2025 van de zijde van de man, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van 25 februari 2025 van de zijde van de vrouw, ingekomen op diezelfde datum;
- een e-mailbericht van 26 april 2025 van de zijde van de vrouw met bijlagen, ingekomen op 28 april 2025.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap – onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand – dat partijen de inboedel in onderling overleg bij helfte zullen verdelen en dat ieder der partijen recht heeft op de helft van (de waarde van) het goud uit het safeloket van partijen, en het meer of anders verzochte op dit punt afgewezen.