Op 24 april 2024 werd bij een inval in een woning te 's-Gravenhage circa 36,6 kilogram methamfetamine aangetroffen. De verdachte verbleef daar drie maanden en had een kamer in de woning. Het hof oordeelt dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs, gelet op de zichtbare opslag en notities met druggerelateerde termen in de woning en op zijn telefoon.
De verdachte werd vrijgesproken van medeplegen omdat geen nauwe en bewuste samenwerking met anderen kon worden vastgesteld. De strafrechtelijke beoordeling richtte zich op het bezit van de drugs, waarbij het hof de strafmaat bepaalde op 30 maanden gevangenisstraf, lager dan de rechtbank en het Openbaar Ministerie hadden opgelegd/geëist, mede vanwege de relatief geringe betrokkenheid van de verdachte.
De straf zal worden verminderd met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van een andere tenlastelegging. Het arrest werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 19 september 2025.