Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten en het procesverloop in eerste aanleg
- de man veroordeeld om aan de vrouw uit hoofde van de bruidsgave een bedrag van € 7.500,- te betalen;
- de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve ten aanzien van de echtscheiding;
- besloten dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen;
- het meer of anders verzochte afgewezen.
4.De omvang van het geschil
- de beslissing zoals opgenomen onder 4.4. van de bestreden beschikking te vernietigen en in plaats hiervan te bepalen dat de man geen bruidsgave is verschuldigd aan (het hof leest) de vrouw. Indien de man een bruidsgave dient te betalen de man te veroordelen om aan de vrouw uit hoofde van de bruidsgave een bedrag van € 1.996,33 te betalen, althans een andere beslissing te nemen die het hof in goede justitie juist acht;
- de man ter zake de toebedeling van de auto een bedrag van € 50,- aan de vrouw dient te betalen in plaats van het bedrag van € 500,- dat is beslist onder 4.2.b van de bestreden beschikking;
- de spaarrekening op naam van de man door de man wordt voortgezet en dat de man aan de vrouw een bedrag van € 2.001,17 dient te betalen vanwege de verdeling van het saldo van deze spaarrekening;
- de vrouw de helft van de saldi van haar positieve bankrekeningen aan de man dient te betalen;
- de vrouw te veroordelen om aan de man uit hoofde van de verbouwing van de woning een bedrag van € 6.085,50 te betalen, althans een ander bedrag dat het hof in goede justitie acht;
- de (het hof begrijpt) helft van de gouden sieraden die de man op de lijst (productie 14 eerste aanleg) heeft aangegeven door de vrouw aan hem gegeven dienen te worden, althans een beslissing te nemen die het hof in goede justitie juist acht;
- voor recht te verklaren dat de vrouw de huwelijksgoederengemeenschap heeft benadeeld;
- kosten rechtens.