In deze zaak vordert Mlekovita vernietiging van een arbitraal vonnis waarin zij werd veroordeeld tot schadevergoeding aan Farmel wegens niet-nakoming van een koopovereenkomst over melkpoeder. Mlekovita stelde dat het scheidsgerecht zijn opdracht had geschonden, het vonnis onvoldoende was gemotiveerd en dat het vonnis in strijd was met de openbare orde.
Het hof oordeelt dat Mlekovita haar beroep op het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst heeft ingetrokken en bevestigt dat de MPC-voorwaarden integraal van toepassing zijn. Het hof benadrukt de terughoudendheid bij vernietiging van arbitrale vonnissen en stelt vast dat de motivering van het scheidsgerecht voldoende is en dat geen sprake is van ernstige schending van de opdracht.
Verder wijst het hof klachten over het ontbreken van beëdigde vertalingen af omdat deze te laat zijn aangevoerd en onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op gebrekkige rechtsbijstand faalt omdat Mlekovita niet heeft aangetoond dat haar recht op hoor en wederhoor is geschonden. De vordering tot vernietiging wordt afgewezen en Mlekovita wordt veroordeeld in de proceskosten.