Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 29 april 2024, waarmee L-Max in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 7 februari 2024;
- het arrest van dit hof van 11 juni 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 juli 2024;
- de memorie van grieven van L-Max, met producties 61-73;
- de memorie van antwoord tevens grieven in incidenteel appel van Schindler, met producties 4-6;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van L-Max.
3.Feitelijke achtergrond
the Sub-contractoraanduidt, bepaalt voor zover van belang het volgende:
40% at start of each site
60% on provisional acceptance, against submission of an invoice validated by the Schindler chief erector after verification of completion of the works.
4.Procedure bij de rechtbank; vorderingen in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
purchase order(PO)
on provisional acceptance, against submission of an invoice validated by the Schindler chief erector after verification of completion of the works’.
voorwaarde (ii), wanneer de eerste 40% verschuldigd is, bestaat tussen partijen geen verschil van inzicht. Als [bestuurder] is aangevangen met de werkzaamheden, moet de eerste 40% van de overeengekomen aanneemsom worden betaald.
voorwaarde (iii)stelt Schindler zich op het standpunt dat de laatste 60% slechts verschuldigd is als de oplevering van de werkzaamheden
schriftelijkakkoord is bevonden door een daartoe binnen Schindler bevoegde persoon. Het hof onderschrijft echter het standpunt van L-Max dat dit niet in de desbetreffende voorwaarde is vermeld en er ook niet in kan worden gelezen. Belangrijker is intussen dat Schindler verplicht was om, telkens wanneer [bestuurder] een aangenomen werk ter oplevering zou aanbieden, die oplevering te aanvaarden, eventueel – indien daarvoor gronden mochten zijn – onder voorwaarden, dan wel – indien daarvoor gronden mochten zijn – te weigeren. Dit ligt besloten in artikel 19 van de raamovereenkomst. Als Schindler mocht bedoelen dat het haar vrijstond om naar believen niet te reageren op aangeboden opleveringen, of deze te weigeren ook wanneer de oplevering aan de opdracht voldeed, en dat zij de resterende 60% van de aanneemsom dan niet zou hoeven te betalen, dan geeft zij een uitleg aan de overeenkomst die niet met de evidente strekking daarvan is te verenigen.
voorwaarde (i), het vereiste van een PO waarin de prijs is vastgelegd, geldt het volgende. Opdrachten werden in de praktijk veelal vastgelegd in een schriftelijke PO in een bepaald format. Dat format is volgens de raamovereenkomst echter niet concreet voorgeschreven. Dit betekent dat als een opdracht in voorkomend geval niet in de vorm van een PO volgens dat format, maar op andere wijze, bijvoorbeeld in de vorm van een e-mail is gegeven, evengoed sprake kan zijn geweest van een opdracht (PO) die bij uitvoering aanspraak gaf op betaling.
Handover Installation Forms, HOF’s) en de facturen voor werkzaamheden uit de periode 2012-2014 ontving (zoals ook met betrekking tot deze factuur), niet meer mogelijk was om te verifiëren of deze werkzaamheden destijds naar behoren waren verricht en feitelijk door [bestuurder] waren opgeleverd. Zij voert aan dat het onder meer mogelijk was dat het werk weliswaar aan de eindklant was opgeleverd, maar dat het door een ander dan [bestuurder] was afgemaakt. Ze heeft daarvan ook enkele concrete voorbeelden aangeleverd. Feitelijke oplevering aan de eindklant bewijst volgens haar dus niet deugdelijke oplevering door [bestuurder] .
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.)
6.Beslissing
- draagt L-Max bewijs op van haar stelling dat:
- bepaalt dat als L-Max getuigen wil laten horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een van de zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 in Den Haag op
- benoemt mr. J.W. Frieling als raadsheer-commissaris, die de getuigenverhoren zal afnemen;
- bepaalt dat de raadsheer-commissaris (in beginsel een keer) een nieuwe datum voor het getuigenverhoor zal vaststellen als een van beide partijen dit
- wijst L-Max op de eerste zin van artikel 170 lid 1 Rv: “
- bepaalt dat als L-Max het bewijs wil leveren (mede) door bescheiden, zij deze stukken, voorzien van een deugdelijke toelichting, uiterlijk vier weken voorafgaand aan het getuigenverhoor aan het hof en aan Schindler dient toe te zenden;
- deelt mee dat het hof al beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, zodat het niet nodig is dit voor een getuigenverhoor nog een keer over te leggen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.