Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
1.Procesverloop
Verschenen zijn:
2.Beoordeling van het hoger beroep
opnieuw rechtdoende:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Appellant is door de rechtbank Rotterdam failliet verklaard op verzoek van geïntimeerden. Het hof heeft het hoger beroep van appellant behandeld en onderzocht of summierlijk blijkt van het vorderingsrecht van geïntimeerden en of appellant verkeert in de toestand van opgehouden te betalen.
De rechtbank had geoordeeld dat geïntimeerde 2 een opeisbare vordering had, ondanks dat appellant betwistte dat de leningen aan hem persoonlijk waren verstrekt en stelde dat de vorderingen verjaard waren. Het hof stelde vast dat de leningsovereenkomsten op naam van appellant in privé stonden en dat de leningen in 2016 opeisbaar waren geworden, waardoor de verjaringstermijn in 2021 eindigde. Betalingen na die datum waren huurbetalingen van een derde vennootschap, niet aflossingen.
Daarmee was niet summierlijk gebleken van een opeisbare vordering, en het faillissement was onbevoegd aangevraagd. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot faillietverklaring af. Tevens matigde het hof de vergoeding van de curator wegens het hoge aantal gedeclareerde uren en legde de faillissementskosten en curatorvergoeding ten laste van geïntimeerden.
Het hof veroordeelde geïntimeerden ook tot betaling van de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt de faillietverklaring en wijst het verzoek tot faillietverklaring af wegens verjaarde vorderingen en onvoldoende bewijs.