Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak en de beschikking in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van de zijde van de vader van 6 november 2025 met bijlage, ingekomen op 7 november 2025;
- een journaalbericht van de zijde van de vader van 14 november 2025 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de vader van 17 november 2025, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 18 november 2025 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 18 november 2025 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en [tolk] , tolk in de Franse taal;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- de raad, vertegenwoordigd door [raadsvertegenwoordiger] .
3.De feiten
- de vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad;
- uit hun relatie zijn de volgende, thans nog minderjarige, kinderen geboren:
- de vader heeft de Franse nationaliteit, de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit en de kinderen hebben zowel de Nederlandse als de Franse nationaliteit;
- op 21 augustus 2025 heeft de moeder met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] Thailand verlaten en is zij met hen naar Nederland vertrokken;
- de vader heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit.
4.De omvang van het geschil
- de onmiddellijke terugkeer van de kinderen te bevelen, zo nodig met behulp van de sterke arm, waarbij de moeder de kinderen dient terug te brengen naar het adres van de vader in Thailand, althans naar Thailand en subsidiair te bevelen, voor het geval de moeder nalaat om de kinderen terug te geleiden, dat zij onmiddellijk de paspoorten en benodigde geldige reisdocumenten aan de vader zal afgeven opdat de vader de kinderen zelf mee terug kan nemen naar Thailand;
- de gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet te belasten met de voorlopige voogdij over de kinderen;
- de moeder te veroordelen tot betaling aan de vader van de door hem ter zake gemaakte daadwerkelijke (proces)kosten die hij in verband met de ontvoering en het verzoek tot teruggeleiding heeft gemaakt en nog dient te maken, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, van € 11.991,80 respectievelijk € 7.250,- + p.m..
5.De motivering van de beslissing
- de moeder of de vader is dood;
- het is onzeker of de moeder of de vader leeft of dood is;
- de moeder of de vader is onbekwaam of quasi-onbekwaam verklaard;
- de moeder of de vader wordt in een ziekenhuis geplaatst wegens een geestelijke handicap;
- de ouderlijke macht is bij beschikking van de rechtbank aan de moeder of de vader verleend;
- de moeder en de vader zijn tot een overeenkomst gekomen die volgens de wet kan worden gesloten. "
- om de verblijfplaats van het kind te bepalen;
- om het kind op een redelijke manier te straffen voor disciplinaire doeleinden;
- om van het kind te verlangen dat het werk doet dat redelijk is voor zijn vermogen en levensomstandigheden;
- de terugkeer van het kind te eisen van eenieder die hem onrechtmatig vasthoudt. ”
Consequently, taking the children abroad by a mother is a legitimate exercise of her rights. If a court judgement grants the mother the right to determine the child’s residence, even if she has joint custody with the father, the mother has sole authority to decide on the child’s residence, according to Civil and Commercial Code of Thailand (CCC), Section 1567(1), since there is an exception that both the parents can agree otherwise by an agreement under Section 1566(6) of the CCC. Traveling abroad with the children is therefor within the scope of that right and does not constitute a violation of the father’s rights. Joint custody does not require consent in all matters, especially matters where the court has determined that one party has absolute rights, such as residence. The mother, who is granted such rights by the court judgement, has the authority to take the child abroad without prior consent from the father, unless the court has expressly prohibited this, which is not the case.”