ECLI:NL:HR:2006:AU4795
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Internationale kinderontvoeringszaak over gewone verblijfplaats en weigeringsgrond HKOV
In deze internationale kinderontvoeringszaak stond centraal de vraag welke plaats de gewone verblijfplaats van het kind was in de zin van art. 3 HKOV Pro en of de terugkeer naar Italië geweigerd kon worden op grond van art. 13 lid 1 HKOV Pro.
De moeder had het kind zonder toestemming van de vader van Italië naar Nederland gebracht, wat door de Centrale Autoriteit werd betwist. De rechtbank wees het verzoek tot terugkeer af vanwege een ernstig risico op ondragelijke toestand bij terugkeer, maar het hof bevestigde dit oordeel. De vader kreeg uiteindelijk het gezag toegewezen door een Italiaans hof.
De Hoge Raad oordeelde dat Italië de gewone verblijfplaats van het kind was onmiddellijk voorafgaande aan de overbrenging, en dat de weigeringsgrond van art. 13 lid 1 HKOV Pro restrictief moet worden toegepast. De omstandigheden rechtvaardigden geen weigering van terugkeer omdat het risico op lichamelijk of geestelijk gevaar of ondragelijke toestand niet was aangetoond. De zaak werd vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling, met bevestiging dat Italië de gewone verblijfplaats van het kind is en restrictieve toepassing van art. 13 lid 1 HKOV.