ECLI:NL:GHDHA:2025:2811

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
200.320.995/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:193b BWArt. 6:193c BWArt. 6:193d BWArt. 6:193e BWArt. 6:193g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging onderwijsovereenkomsten wegens oneerlijke handelspraktijken door private onderwijsinstelling

De zaak betreft een hoger beroep van voormalige studenten tegen EuroCollege Hogeschool Amsterdam B.V. wegens vermeende oneerlijke handelspraktijken, tekortkoming, dwaling en onrechtmatige daad in verband met onderwijsovereenkomsten.

Het hof oordeelt dat EuroCollege misleidende informatie heeft verstrekt door te suggereren dat zij tien jaar lang bekroond is als best presterende school met het hoogste slagingspercentage, terwijl dit niet door erkende instituten is vastgesteld. Tevens heeft EuroCollege essentiële informatieplichten geschonden, onder meer over haar identiteit, klachtenbehandeling en annuleringsvoorwaarden.

De onderwijsovereenkomsten worden vernietigd wegens deze oneerlijke handelspraktijken en schendingen. Het hof bepaalt dat EuroCollege een waardevergoeding kan vragen voor het geleverde onderwijs, met een korting van een derde vanwege de ernst van de schendingen. De studenten krijgen gedeeltelijke restitutie van betaalde collegegelden. Vordering tot schadevergoeding wegens studievertraging wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De annuleringsfee van 35% wordt niet toegewezen omdat het annuleringsbeding onredelijk bezwarend is. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en wijst de vorderingen van de studenten deels toe, terwijl het incidenteel hoger beroep van EuroCollege wordt afgewezen. EuroCollege wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het hof vernietigt de onderwijsovereenkomsten wegens oneerlijke handelspraktijken en schending van informatieplichten en bepaalt een waardevergoeding met korting voor het geleverde onderwijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.320.995
Zaaknummer rechtbank : C/10/618302 / HA ZA 21-414
Arrest van 9 december 2025
in de zaak van

1.[appellante 1] ,

wonend in [woonplaats 1] ,
2.
[appellante 2] ,
wonend in [woonplaats 1] ,
3.
[appellante 3] ,
wonend in [woonplaats 2] ,
4.
[appellante 4] ,
wonend in [woonplaats 3] ,
5.
[appellant 1] ,
wonend in [woonplaats 4] ,
6.
[appellante 5] ,
wonend in [woonplaats 1] ,
7.
[appellante 6] ,
wonend in [woonplaats 5] ,
8.
[appellante 7] ,
wonend in [woonplaats 6] ,
9.
[appellante 8] ,
wonend in [woonplaats 7] ,
10.
[appellant 2] ,
wonend in [woonplaats 8] ,
11.
[appellante 9] ,
wonend in [woonplaats 9] ,
appellanten in principaal hoger beroep,
verweerders in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. R.J.C. Bindels kantoorhoudend in Utrecht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EuroCollege Hogeschool Amsterdam B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
verweerster in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. A.J.F. Gonesh kantoorhoudend in ‘s-Gravenhage.
Appellanten sub 1 tot en met 11 zullen hierna respectievelijk: [appellante 1] , [appellante 2] , [appellante 3] , [appellante 4] , [appellant 1] , [appellante 5] , [appellante 6] , [appellante 7] , [appellante 8] , [appellant 2] en [appellante 9] worden genoemd. Gezamenlijk zullen zij “de Studenten” worden genoemd.
Verweerster zal EuroCollege worden genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1
EuroCollege is een private onderwijsinstelling voor mbo en hbo die versnelde en begeleide opleidingen aanbiedt op het gebied van Evenementenmanagement, Hotelmanagement en International Business & Entrepreneurschap. De Studenten zijn voormalige studenten van EuroCollege Amsterdam. De Studenten vorderen in dit geding vernietiging van bedingen in de onderwijsovereenkomsten en schadevergoeding op grond van oneerlijke handelspraktijken, tekortkoming, dwaling en/of onrechtmatige daad. EuroCollege heeft hiertegenover betaling door de Studenten van achterstallig collegegeld en een annuleringsfee gevorderd.
1.2
Het hof is van oordeel dat sprake is van een oneerlijke handelspraktijken, meer in het bijzonder doordat Eurocollege voorafgaand aan de totstandkoming van de onderwijsovereenkomst informatie heeft verstrekt waarin de suggestie wordt gewekt dat zij al tien jaar zou zijn bekroond door twee erkende instituten (NTRO en NVAO) tot best presterende school met het hoogste slagingspercentage van 2007-2018. Daarnaast heeft EuroCollege de op haar rustende informatieplichten niet nageleefd. Het hof vernietigt daarom de onderwijsovereenkomsten en stelt vast dat EuroCollege een waardevergoeding kan vragen voor het door haar verstrekte onderwijs met toepassing van een korting. Het hof oordeelt dat er verder geen sprake is van schade wegens studievertraging.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 6 oktober 2022, waarmee de Studenten in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 juli 2022;
  • de memorie van grieven van [appellante 1] c.s., met bijlagen;
  • de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van Eurocollege, met bijlagen;
  • de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep.
2.2
Op 19 februari 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Deze aantekeningen en de door de advocaten overgelegde spreekaantekeningen maken deel uit van de stukken.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis van 13 juli 2022 onder 2.1 tot en met 2.15 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt en zijn hieronder - waar nodig door het hof aangevuld - weergegeven.
3.2
EuroCollege is een private onderwijsinstelling voor mbo en hbo die versnelde en begeleide opleidingen aanbiedt op het gebied van Evenementenmanagement, Hotelmanagement en International Business & Entrepreneurschap. EuroCollege heeft vestigingen in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Groningen. Al deze vestigingen zijn aparte rechtspersonen.
3.3
De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) is een kwaliteitsorganisatie die de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen borgt, bevordert en beoordeelt en in dat kader bestaande en nieuwe opleidingen accrediteert. Een onderwijsinstelling kan alleen ten aanzien van een geaccrediteerde opleiding een rechtsgeldig bachelor-diploma uitreiken aan haar afgestudeerden.
3.4
Elke zes jaar worden alle opleidingen van EuroCollege door de NVAO geaccrediteerd. De twee laatste heraccreditaties hebben in februari 2020 en in juni 2021 plaatsgevonden. Daarvoor zijn er visitatiebezoeken geweest van de NVAO in 2018 en 2019.
3.5
Op de website en in brochures van EuroCollege heeft het volgende gestaan:
EUROCOLLEGE BESTE VAN NEDERLAND?
EuroCollege (hotelschool, eventmanagement en business school) is een kleinschalige Hbo-school met een duidelijke aanpak: No pain, no gain. Doelgericht werken de studenten, docenten en begeleiders hard en resultaatgericht. Dit levert een hoog slagingspercentage op. 80% van de studenten slaagt binnen 3 jaar! Daarbij komt dat de studenten afstuderen met een winnaarsmentaliteit. Geen hotelschool, hogeschool of HBO doet ons dat in Nederland na.
EuroCollege Hogeschool verslaat Hogescholen en Hotelscholen als beste school van Nederland.
EuroCollege Hogeschool scoort erg hoog. 80% van de studenten studeert binnen 3 jaar af. Een kleine 60% studeert inmiddels binnen 2 ½ jaar af. Met deze resultaten laten we alle overheidsscholen ver achter ons. Hoe hard zijn onze cijfers? Keihard. De NVAO – de accrediterende instelling van Nederland - heeft dit zelf vastgesteld en vastgelegd in een goedkeurende verklaring.
Hoe kan EuroCollege beter scoren dan andere scholen?
Heel simpel (…) no pain, no gain. Daarbij werken wij kleinschalig. Op iedere 7 studenten is 1 personeelslid actief. De praktijk is real life. Geen simulaties.
Kleine klassen, heldere structuur, veel contacturen.
De studenten volgen minimaal 24 uur per week onderwijs, studeren verplicht op school en volgen indien nodig steunlessen. Er is een vast lesrooster, iedere dag van 9.30 -17.00 uur, uitlopend tot 18.00 uur. Op school gelden duidelijke regels. Voor de klas staan docenten die actief zijn in het bedrijfsleven. Groepsgrootte varieert van 6-19 studenten.”
3.6
Ook op open dagen wordt geïnteresseerden informatie verschaft over de opleidingen van EuroCollege. Na inschrijving voor de opleiding vindt er een intakegesprek plaats met de toekomstige student.
3.7
De Studenten zijn allen oud-studenten van EuroCollege (locatie Amsterdam). Twee van de Studenten, [appellante 3] en [appellante 4] , zijn in september 2018 begonnen met een opleiding bij EuroCollege (‘Cohort 2018’). De overige negen Studenten zijn in september 2019 begonnen (‘Cohort 2019’).
3.8
De kosten voor de opleidingen voor Cohort 2018 bedragen € 14.650,- in het eerste jaar, € 14.650,- in het tweede jaar en € 12.500,- in het laatste jaar (totaal € 41.800,-). De kosten voor de opleidingen voor Cohort 2019 bedragen € 15.650,- in het eerste jaar, € 15.650,- in het tweede jaar en € 13.500,- in het laatste jaar (totaal € 44.800,-).
3.9
Op de tussen EuroCollege en de met elke Student afzonderlijk afgesloten onderwijsovereenkomst zijn de door EuroCollege gehanteerde ‘Algemene en inschrijfvoorwaarden’ (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. In de algemene voorwaarden is onder meer het volgende bepaald:
C. Beëindiging
1. september-instroom
(…)
c. Bij annulering na 1 augustus voor aanvang van de opleiding en tijdens de opleiding is men vanaf datum annulering naast de reeds vervallen maand termijnen tevens een annuleringsfee verschuldigd ter hoogte van 35% van de kosten van het desbetreffende studiejaar.
(…)”
3.1
Tot 1 augustus 2019 was de heer [naam 4] als vestigingsdirecteur bij EuroCollege (locatie Amsterdam) werkzaam. Het dienstverband van zijn opvolger, de heer [naam 1] , is in december 2019 geëindigd, waarna de heer [naam 2] vestigingsdirecteur is geworden. [naam 2] heeft met ingang van 1 juni 2020 ontslag genomen. Sinds juni 2020 is de heer [naam 3] de vestigingsdirecteur.
3.11
Na de beëindiging van hun dienstverband bij EuroCollege zijn [naam 4] en [naam 2] in dienst getreden bij de private onderwijsinstelling International Business & Hospitality Studies (IBHS).
3.12
Bij brief van 17 juni 2020 heeft [appellante 7] , een van de Studenten, aan de vestigingsdirecteur van EuroCollege meegedeeld dat zij haar betalingsverplichtingen jegens EuroCollege opschort. In de brief staat onder meer het volgende:
“(…)
Het vertrouwen in de bachelor opleiding International Hotel & Hospitality Management is volledig verdwenen omdat het door u geboden onderwijs helaas niet aan mijn verwachtingen voldoet. Per direct schort ik daarom al mijn betaalverplichtingen jegens Eurocollege op. Ik vind dat u de toezeggingen die u maakt op de website onvoldoende waarmaakt. Ook gezien het bedrag dat ik moet betalen voor de opleiding had ik meer mogen verwachten. Enerzijds wil ik restitutie van de studiegelden over de voorliggende maanden omdat niet datgene wordt aangeboden wat is beloofd aangaande het fysiek volgen van de lessen, anderzijds wil ik per omgaande geïnformeerd worden betreft een plan van aanpak over
• de lesinhoud voor het komende studiejaar
• invulling over de bachelor opleiding, nu deze door de pandemie internationaal deels wegvalt
• inhoudelijk alternatieven opleiding gerelateerde stageplaatsen
U suggereert kwalitatief onderwijs met persoonlijke aandacht voor studenten, vaste docenten, coaching, teamspirit en kleinschalig klassikaal onderwijs, begeleiding, mentaliteit, met intensieve coaching, duidelijke regels en structuur.
(…) Ondanks herhaalde verzoeken vanaf laatste kwartaal 2019 mijnerzijds inzake persoonlijke begeleiding en ondersteuning qua lesstof, echter zelden tot nooit gekregen, wel herhaalde lesuitval van vakken of structureel te laat beginnen door afwezigheid docenten, en nu tijdens en begin van de pandemie geen innovatie input lesaanbod en alternatieve HBO gerelateerde stages met gevolg al weken totale lockdown vanuit uw organisatie;
(…)
Ik zit al weken afwachtend thuis, geen lessen, geen (functionele) alternatieven, geen innovatieve oplossingen, volgen van een opleiding gerelateerde stageplaats enz.
Wel kondigt u per mail aan het vertrek van een aantal stafleden om vervolgens wederom over te gaan in een totale radiostilte;
(…)
Ik volg bij u de bachelor opleiding International Hotel & Hospitality Management.
Ik verwacht van u als hogeschool dat u handelt zoals van een redelijk bekwaam en redelijk onderwijsinstelling verwacht mag worden. Uw zorgplicht bijvoorbeeld, dat wil zeggen dat u in deze actief contact zoekt met de student om de studievoortgang te bespreken en naar alle redelijk- en billijkheid over een goed passend opleiding gerelateerd aanbod naar aanleiding van deze pandemie mag verwachten.
(…)”
3.13
Naar aanleiding van deze brief heeft er op 3 juli 2020 een gesprek plaatsgevonden tussen [appellante 7] en EuroCollege. Vervolgens hebben [appellante 7] en EuroCollege contact gehad over de door [appellante 7] te volgen zomerstage en is een stageplan opgesteld.
3.14
Namens [appellante 7] is bij brief van 2 november 2020 aan EuroCollege de ontbinding van de studieovereenkomst ingeroepen en is aanspraak gemaakt op restitutie van betaalde collegegelden. In de brief staat onder meer:
“(…) Helaas moet ik u berichten dat cliënte onverminderd belemmering ervaart in het geboden onderwijs. Niet valt te verwachten dat een gesprek een oplossing zal bieden voor het ondermaatse onderwijs. EuroCollege kiest ervoor om haar studenten nog immer niet afdoende bij te staan en te begeleiden. Dit maakt dat cliënte andermaal niet onbelemmerd haar studie kan voortzetten en EuroCollege wederom haar toezeggingen niet nakomt. (…)
Voornoemde gang van zaken bevestigt nog maar eens het vermoeden van cliënte, dat EuroCollege haar niet het geboden onderwijs kan bieden waar zij op grond van de gesloten overeenkomst, vanuit mocht gaan. Cliënte heeft EuroCollege voldoende in de gelegenheid gesteld de tekortkoming te herstellen en haar zorgplicht na te komen. EuroCollege is niet binnen de gestelde termijn tot herstel overgegaan. Hoewel het verzuim strikt gezien al geruime tijd geleden is ingetreden, laat ik u hierbij formeel weten dat EuroCollege in verzuim verkeert.
Onder de omstandigheid waarbij cliënte ervaart dat EuroCollege belemmeringen blijft opwerpen, ziet zij zichzelf genoodzaakt om haar opleiding te beëindigen.”
3.15
Op dezelfde dag, 2 november 2020, hebben ook de overige Studenten per afzonderlijke - maar gelijkluidende - brief aan EuroCollege meegedeeld dat aan de zijde van EuroCollege sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de onderwijsovereenkomst en een onrechtmatige daad en dat om die reden de onderwijsovereenkomst wordt ontbonden. Verder wordt aanspraak gemaakt op restitutie van de betaalde collegegelden. In de brieven staat onder meer:
“(…) Mijn klachten zijn (onder meer doch niet beperkt): nauwelijks studiebegeleiding, constant wisselende docenten, begeleiders en directies, onnavolgbare feedback op de door mij ingeleverde opdrachten. Van de vestiging Amsterdam zijn dit jaar slechts enkele studenten binnen de voorgehouden twee jaar en acht maanden afgestudeerd. Dit maakt, onder de dreiging van een ‘boete' van € 5.500 per kwartaal, dat ik geen vertrouwen meer heb. (…)
Daarnaast zijn nu fysieke lessen komen te vervallen. De invulling van de online lessen is onvoldoende. Tijdens de eerste lockdown periode heb ik weken afwachtend thuis gezeten, werden geen lessen en geen (functionele) alternatieven aangeboden. Nu wij ons in de tweede intelligente lockdown bevinden verzuimt EuroCollege wederom om innovatieve oplossingen te bieden. (…)
Naast voornoemde punten vind ik dat het EuroCollege sneller en beter had kunnen en moeten inspelen op het geven van digitale lessen. Tot op heden is daar - met name op het gebied van begeleiding - onvoldoende invulling aan gegeven. Voorts had van EuroCollege verwacht mogen worden dat zij mij en de overige studenten actiever zou informeren over de invulling van het onderwijs. Dat heeft EuroCollege eveneens nagelaten. Nog immer is het voor mij onzeker hoe de invulling (met name op internationaal gebied) zal worden vormgegeven. (…)
Alhoewel EuroCollege reeds op de hoogte is gebracht van de verscheidende gebreken en tekortkomingen in het onderwijs en ik - en andere - bovendien mondeling al eens hebben verzocht om hier een oplossing voor te vinden, heeft EuroCollege tot op heden niet aan de redelijke verzoeken voldaan. (…)”
3.16
Na het inroepen van de ontbinding van de studieovereenkomst met EuroCollege zijn alle Studenten overgestapt naar IBHS. Het merendeel van de Studenten is inmiddels afgestudeerd.

4.Procedure bij de rechtbank en de vordering in hoger beroep

4.1
De Studenten hebben Eurocollege gedagvaard en – na eisvermeerdering (in conventie) gevorderd dat EuroCollege wordt veroordeeld tot (terug)betaling van collegegeld van respectievelijk:
- € 43.031,63 aan [appellante 1] ;
- € 53.591,63 aan [appellante 2] ;
- € 73.647,30 aan [appellante 3] ;
- € 83.525,00 aan [appellante 4] ;
- € 47.591,63 aan [appellant 1] ;
- € 47.591,63 aan [appellante 5] ;
- € 47.591,63 aan [appellante 6] ;
- € 41.511,63 aan [appellante 7] ;
- € 47.591,67 aan [appellante 8] ;
- € 49.374,96 aan [appellant 2] en
- € 51.158,33 aan [appellante 9] .
Daarnaast hebben de Studenten voorwaardelijk (in het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat verrekening niet mogelijk is en de vordering van Eurocollege in reconventie (gedeeltelijk) wordt toegewezen) gevorderd dat EuroCollege wordt veroordeeld tot betaling van bedragen die EuroCollege in reconventie aan collegegelden en annuleringsfee heeft gevorderd. Een en ander met veroordeling van EuroCollege in de proceskosten.
4.2
Eurocollege heeft op haar beurt (in reconventie) gevorderd dat de Studenten worden veroordeeld tot betaling van het achterstallig collegegeld, inclusief een annuleringsfee van 35% van de initiële kosten van het desbetreffende studiejaar, van respectievelijk:
- € 10.944,00 door [appellante 1] ;
- € 3.226,66 door [appellante 2] ;
- € 22.928,80 door [appellante 3] ;
- € 8.160,80 door [appellante 4] ;
- € 11.664,00 door [appellant 1] ;
- € 10.114,00 door [appellante 5] ;
- € 7.904,00 door [appellante 6] ;
- € 13.984,00 door [appellante 7] ;
- € 7.904,00 door [appellante 8] ;
- € 9.424,00 door [appellant 2] en
- € 7.904,00 door [appellante 9] .
Daarnaast heeft EuroCollege voorwaardelijk (in het geval de rechtbank in conventie oordeelt dat de onderwijsovereenkomsten ontbonden zijn en de vordering van EuroCollege tot vergoeding van de waarde van de door haar geleverde prestatie niet verrekend kan worden met hetgeen zij dient terug te betalen aan de Studenten) gevorderd de Studenten te veroordelen tot betaling van een bedrag (bedragen) aan haar ter vergoeding van de waarde van de door haar verrichte prestaties, gelijk aan het bedrag dat door ieder van de Studenten als collegegeld is verschuldigd, dan wel een bedrag dat de rechtbank juist acht. Een en ander met veroordeling van de Studenten in de proceskosten.
4.3
De rechtbank heeft in conventie de vorderingen van de Studenten afgewezen en hen in de proceskosten veroordeeld. In reconventie heeft de rechtbank de Studenten veroordeeld tot betaling van de volgende bedragen:
[appellante 1] : een bedrag van € 4.560,00;
[appellante 3] : een bedrag van € 18.929,00;
[appellante 4] : een bedrag van € 4.161,00;
[appellant 1] : een bedrag van € 5.280,00;
[appellante 5] : een bedrag van € 3.730,00;
[appellante 6] : een bedrag van € 1.520,00;
[appellante 7] : een bedrag van € 7.600,00;
[appellante 8] : een bedrag van € 1.520,00;
[appellant 2] : een bedrag van € 3.040,00;
[appellante 9] : een bedrag van € 1.520,00.
De rechtbank heeft ook de wettelijke rente over deze bedragen toegewezen, het meer of anders gevorderde afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.
4.4
De rechtbank overwoog daartoe – kort gezegd – dat in de procedure niet is komen vast te staan dat EuroCollege zich voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst zou hebben bediend van oneerlijke handelspraktijken in de zin van art. 6:193b BW of dat sprake zou zijn van dwaling als bedoeld in art. 6:228 BW Pro, zoals door de Studenten werd betoogd. De rechtbank wees daarom de door de Studenten ingeroepen (gedeeltelijke) vernietiging van de onderwijsovereenkomsten af. Ook verwierp de rechtbank het betoog van de Studenten dat er aan de zijde van Eurocollege sprake zou zijn van een tekortkoming in de nakoming (art. 6:74 BW Pro) en (om dezelfde redenen) onrechtmatig handelen (art. 6:162 BW Pro). De rechtbank legde aan dit oordeel met name ten grondslag dat de Studenten EuroCollege niet (behoorlijk) in gebreke hadden gesteld, met als gevolg dat EuroCollege niet in verzuim was geraakt (art. 6:82 lid 1 BW Pro jo art. 6:81 BW Pro). Daarop stuitte de vordering van de Studenten tot ontbinding (art. 6:265 lid 2 BW Pro) en ongedaanmaking (art. 6:271 BW Pro) van de onderwijsovereenkomsten en tot schadevergoeding op de voet van art. 6:74 BW Pro af. De rechtbank concludeerde derhalve dat van een betalingsverplichting van EuroCollege tegenover de Studenten geen sprake was en dat de Studenten het achterstallige collegegeld (zie hiervoor onder rov. 4.3), vermeerderd met de wettelijke rente, verschuldigd waren. Verder oordeelde de rechtbank dat het door EuroCollege gehanteerde annuleringsbeding onredelijk bezwarend was, vernietigde dit beding en wees de door EuroCollege gevorderde annuleringsfee af.
4.5
De Studenten zijn in hoger beroep gekomen, omdat zij het niet eens zijn met het vonnis van 13 juli 2022. Zij hebben 12 grieven tegen het vonnis aangevoerd. De studenten vorderen hetzelfde als bij de rechtbank en willen dat het hof de vorderingen van EuroCollege alsnog volledig afwijst.
4.6
Eurocollege heeft eveneens 4 grieven tegen het vonnis van 13 juli 2022 aangevoerd. Eurocollege wil dat het hof de grieven van de Studenten ongegrond verklaard en wil dat de door haar ingestelde vordering alsnog volledig wordt toegewezen.

5.Beoordeling in hoger beroep

Het geschil en de omvang van het hoger beroep
5.1
De vragen die ook in hoger beroep centraal staan is of EuroCollege zich heeft bediend van oneerlijke handelspraktijken of dat sprake was van dwaling bij het aangaan van de onderwijsovereenkomst. Daarnaast speelt in hoger beroep wederom de vraag of de Studenten een beroep kunnen doen op wanprestatie, dan wel onrechtmatig handelen door Eurocollege. De studenten handhaven daarbij hun standpunt dat EuroCollege de door hen geleden schade dient te vergoeden ter hoogte van (in ieder geval) het achterstallige collegegeld en het door EuroCollege gehanteerde annuleringsfee. Tot slot staat ook in hoger beroep de vraag centraal of Eurocollege aanspraak kan maken op het door haar gehanteerde annuleringsfee of dat er hier sprake is van een oneerlijk beding.
Oneerlijke handelspraktijken
5.2
In de grieven II tot en met V stellen de Studenten opnieuw aan de orde dat EuroCollege zich voorafgaand aan de totstandkoming van de onderwijsovereenkomsten heeft bediend van oneerlijke handelspraktijken, waardoor zij zijn misleid. Deze grieven zullen hierna gezamenlijk worden behandeld.
Beoordelingskader
5.3
Een handelspraktijk is oneerlijk indien de handelaar handelt (a) in strijd met de vereisten van professionele toewijding, waarbij (b) het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar wordt beperkt of kan worden beperkt, waardoor deze consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen dat hij anders niet had genomen (artikel 6:193b lid 2 BW).
5.4
Een handelspraktijk is in het bijzonder oneerlijk als deze misleidend of agressief is (artikel 6:193b lid 3 BW). In artikel 6:193c tot en met 6:193g BW wordt uitgewerkt wanneer sprake is van misleidende handelspraktijken.
5.5
Artikel 6:193c lid 1 BW bepaalt dat sprake is van een misleidende handelspraktijk indien informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, al dan niet door de algemene presentatie van de informatie. Onder sub a tot en met g van lid 1 is uiteengezet welke informatie daarbij relevant is. Onder sub f gaat het daarbij meer in het bijzonder over informatie die de hoedanigheid, kenmerken en rechten van de handelaar betreffen, waaronder (onder meer) zijn prijzen, bekroningen en onderscheidingen. Een handelspraktijk is ook misleidend wanneer – kort gezegd - essentiële informatie wordt weggelaten (artikel 6:193d lid 2 BW) of verborgen wordt gehouden, onduidelijk, onbegrijpelijk of dubbelzinnig is, of het commerciële oogmerk niet laat blijken (artikel 6:193d lid 3 BW). Welke informatie essentieel is, is uiteengezet in artikel 193e, sub a tot en met f, BW.
5.6
In artikel 6:193g BW is een zogenoemde ‘zwarte lijst’ opgenomen van handelspraktijken. Daarin staat onder meer genoemd dat een handelspraktijk onder alle omstandigheden misleidend wordt geacht als een vertrouwens, kwaliteits- of ander soortgelijk label wordt aangebracht, zonder dat daarvoor de vereiste toestemming is verkregen (artikel 6:193 g sub b BW) of als wordt beweerd dat een handelaar of een product door een openbare of particuliere instelling is aanbevolen, erkend of goedgekeurd terwijl dat niet het geval is, of als iets dergelijks wordt beweerd zonder dat aan de voorwaarde voor de aanbeveling, erkenning of goedkeuring is voldaan (artikel 6:193g sub d).
5.7
Een handelspraktijk kan zien op de verkoopbevordering, verkoop of levering van zowel goederen en diensten (art. 6:193a lid 1 sub c en d BW). Gangbare en rechtmatige reclamepraktijken waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen, maken een reclame op zich niet oneerlijk (artikel 193b lid 4 BW). Verder is van belang dat de afdeling oneerlijke handelspraktijken de Nederlandse implementatie vormt van de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (hierna: de Richtlijn). [1] De Richtlijn schrijft voor dat de sancties op oneerlijke handelspraktijken doeltreffend, afschrikkend en evenredig moeten zijn. De lidstaten mogen echter geen strengere maatregelen van consumentenbescherming vaststellen dan in de Richtlijn zijn neergelegd (volledige harmonisatie). [2]
Zijn de mededelingen van EuroCollege onjuist of misleidend?
5.8
De Studenten hebben aangevoerd dat de informatie die EuroCollege voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst aan hen heeft verstrekt onjuist en/of misleidend is geweest. Zij hebben daartoe gewezen op de tekst van de website en de brochures van EuroCollege die destijds als voorlichtingsmateriaal aan de Studenten werden verstrekt (zoals geciteerd hiervoor onder rov. 3.5), meer in het bijzonder op de volgende passages (onderstrepingen toegevoegd door hof):
EUROCOLLEGE BESTE VAN NEDERLAND?
EuroCollege (hotelschool, eventmanagement en business school) is een kleinschalige Hbo-school (…). Doelgericht werken de studenten, docenten en begeleiders hard en resultaatgericht.
Dit levert een hoog slagingspercentage op. 80% van de studenten slaagt binnen 3 jaar!Daarbij komt dat de studenten afstuderen met een winnaarsmentaliteit. Geen hotelschool, hogeschool of HBO doet ons dat in Nederland na.
EuroCollege Hogeschool verslaat Hogescholen en Hotelscholen als beste school van Nederland.
EuroCollege Hogeschool scoort erg hoog.
80% van de studenten studeert binnen 3 jaar af. Een kleine 60% studeert inmiddels binnen 2 ½ jaar af. Met deze resultaten laten we alle overheidsscholen ver achter ons.
Hoe hard zijn onze cijfers? Keihard. De NVAO – de accrediterende instelling van Nederland - heeft dit zelf vastgesteld en vastgelegd in een goedkeurende verklaring.
5.9
In hoger beroep hebben de Studenten voorts gewezen op de achterzijde van de door EuroCollege aan de Studenten verstrekte brochure waarop aan de linkerzijde de volgende uitlatingen en logo’s (productie B bij de memorie van grieven) staan:
5.1
Verder hebben de Studenten een “Informatieblad” overgelegd waarop onder meer een symbool van een oorkonde of diploma staat afgebeeld met daaronder de tekst “hoogste slagingspercentage in NL” en een symbool van een rozet met daarin de tekst “best presterende school” en “2007-2018 EuroCollege” en “hoogste slagingspercentage”.
5.11
Volgens de Studenten beweert EuroCollege door het gebruik van het NRTO keurmerk en het logo van NVAO onder de tekst: “Al tien jaar bekroond tot ‘best presterende school’” en “hoogste slagingspercentage 2007-2018” aan te brengen dat zij door (één van) deze gezaghebbende instituten al tien jaar is bekroond tot best presterende school en dat zij tussen 2007 en 2018 telkens het hoogste slagingspercentage in Nederland heeft behaald, terwijl dat niet het geval is. Door deze onjuiste, althans misleidende beweringen te koppelen aan gezaghebbende logo’s, heeft EuroCollege bij gemiddelde consumenten die met normale oplettendheid lezen, zoals de onderhavige Studenten (en hun ouders), expliciet de indruk gewekt dat NTRO, dan wel NVAO deze beweringen onderschrijft en het EuroCollege een prijs of keurmerk heeft toegekend, heeft bekroond of goedgekeurd als (i) beste school van Nederland met (ii) de hoogste slagingspercentages. In elk geval heeft EuroCollege verzuimd te vermelden dat NVAO dit niet heeft vastgesteld. De Studenten stellen dat zij doorslaggevende betekenis hebben toegekend aan deze als feiten gepresenteerde beweringen en dat zij zich mede hierdoor hebben laten verleiden om een overeenkomst met EuroCollege aan te gaan in plaats van met andere concurrerende particuliere opleidingen, zoals onder meer Capabel, TIO en Nyenrode, of reguliere hogescholen. Tot slot stellen de Studenten dat NVAO geen toestemming heeft gegeven om het label waarvan EuroCollege zich heeft bediend te gebruiken. Op de hiervoor genoemde gronden heeft EuroCollege volgens de Studenten gehandeld in strijd met artikel 6:193b lid 2 BW of artikel 6:193b lid 3 BW juncto artikel 6:193c (lid 1, onder b, d en f) BW, en/of artikel 6:193d (lid 1 en 2) BW, en/of artikel 6:193g (sub b en d) BW.
- bekroning ‘best presterende school’ en gebruik logo van NRTO en NVAO
5.12
Het hof volgt de Studenten in hun betoog dat de uitlatingen van EuroCollege in de brochure dat zij al tien jaar bekroond is tot best presterende school van Nederland in samenhang met de logo’s van NRTO en NVAO niet voldoet aan de wettelijke vereisten die daaraan worden gesteld.
5.13
Het hof stelt daarbij voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat EuroCollege daadwerkelijk geaccrediteerd is door NRTO en NVAO. Gebruik van de logo’s om aan te duiden dat EuroCollege een geaccrediteerde instelling is, is dan ook toegestaan. In dit geval zijn de logo’s echter vlak onder de tekst “al tien jaar bekroond tot ‘best presterende school’” geplaatst. Door onder deze tekst de logo’s te plaatsen
beweertEuroCollege niet, maar
suggereertzij wel dat deze instituten haar een prijs/onderscheiding hebben gegeven of hebben bekroond. Door de quote ‘best presterende school’ tussen aanhalingstekens te plaatsen, wordt immers de indruk gewekt dat een derde dit over EuroCollege heeft gezegd, terwijl EuroCollege op zitting heeft bevestigd dat dit een eigen quote van haar is. Ook de woorden “al tien jaar bekroond” suggereren dat een derde haar een prijs of onderscheiding heeft toegekend. Die indruk wordt nog versterkt door er een teken van een medaille boven te plaatsen. Door direct onder deze tekst de logo’s te plaatsen, ontstaat bovendien de indruk dat de voornoemde instituten de derden zijn van wie de bekroning en quote afkomstig is. Dat is, zoals EuroCollege op zitting heeft bevestigd, niet het geval, en is daarom misleidend. Naar het oordeel van het hof volgt uit het vorenstaande dat artikel 6:193g sub b of d BW niet is geschonden, maar artikel 6:193c, lid 1, sub f BW wel.
- hoogste slagingspercentages
5.14
Met betrekking tot de mededelingen van EuroCollege op de website en in de brochure over de slagingspercentages overweegt het hof als volgt.
5.15
Naar het oordeel van het hof hebben de Studenten terecht naar voren gebracht dat de bewering van Eurocollege dat haar slagingspercentages van 80% binnen 3 jaar en 60% binnen 2 ½ jaar keihard zijn, omdat deze door NVAO zelf zijn vastgesteld en vastgelegd in een goedkeurende verklaring niet waar is. Uit de visitatierapporten van NVAO blijkt namelijk niet dat NVAO deze percentages hebben “vastgesteld en vastgelegd in een goedkeurende verklaring”. EuroCollege heeft ook geen passage kunnen aanwijzen, waarin deze slagingspercentages (waarmee wordt bedoeld het tempo waarin het diploma wordt behaald) worden genoemd. Het is verder ook niet duidelijk of, en zo ja in hoeverre, cijfers over het slagen binnen de opleidingsduur, vertraging, uitval, of wissel door NVAO worden geverifieerd en/of deel uitmaken van het onderzoek dat NVAO verricht. EuroCollege stelt dat wel, maar heeft dat niet onderbouwd. Zo staat in het visitatierapport van NVAO uit 2018 dat de inhoud van het programma de studenten voldoende mogelijkheid biedt om de beoogde leerresultaten te behalen, maar met leerresultaten wordt gedoeld op de inhoud van de vakken en leerdoelen (kennis en vaardigheden). EuroCollege heeft er in dit verband ook op gewezen dat een voormalig directeur van NVAO tijdens een bezoek in 2010 zich lovend uitsprak over de aanpak van EuroCollege en “off the record” adviseerde om te adverteren met het hoge slagingspercentage, maar deze aanbeveling kan, wat daar verder van zij, niet als een goedkeurende verklaring van NVAO worden opgevat. Naar het oordeel van het hof is de genoemde bewering van Eurocollege dan ook een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 6:193g sub d BW.
5.16
In het verlengde hiervan is het hof van oordeel dat ook de suggestie van EuroCollege – door de combinatie van tekst en logo’s van NRTO en NVAO op de brochure en het gebruik van de rozet op het informatieblad (zie rov. 5.9 en 5.10) – dat zij van 2007–2018 de hoogste slagingspercentages heeft behaald en daarom al tien jaar lang bekroond is tot ‘best presterende school’ (door deze instituten), feitelijk onjuist en misleidend is in de zin van artikel 6:193c lid 1, sub f BW.
5.17
De Studenten hebben voorts naar voren gebracht dat de bewering van Eurocollege dat 80% van haar leerlingen binnen drie jaar en 60% binnen 2,5 jaar haar opleiding afrondt, ook inhoudelijk onjuist en misleidend zou zijn. Ter onderbouwing van hun standpunt hebben de Studenten verwezen naar een vertrouwelijke notitie van het EuroCollege van 30 augustus 2019 (productie C bij de memorie van grieven), waaruit zou volgen dat het aantal studenten dat nominaal afstudeert slechts neerkomt op 10 tot 20%. EuroCollege heeft deze stelling echter gemotiveerd betwist en ter onderbouwing van haar standpunt als productie 134 bij de memorie van antwoord een overzicht overgelegd van het afstudeerrendement van haar beide opleidingen (de evenementenopleiding en de hotelopleiding) per jaar over de periode van 2008-2015. Op basis daarvan heeft EuroCollege berekend dat het gemiddelde slagingspercentage van beide opleidingen ligt op 70% binnen drie jaar en op 83% binnen 3,5 jaar. Daaruit volgt dat, hoewel de werkelijke slagingspercentages lager liggen dan door EuroCollege in haar uitingen wordt vermeld, de slagingskans voor beide opleidingen het door haar genoemde resultaat benadert en in ieder geval niet zodanig daarvan afwijkt dat deze als misleidend in de zin van artikel 6:193c BW kan worden aangemerkt. Naar het oordeel van het hof hebben de Studenten, tegenover deze gemotiveerde betwisting van EuroCollege, hun standpunt dat de beweringen van EuroCollege op dit punt misleidend zijn, onvoldoende (nader) onderbouwd.
5.18
Kanttekening daarbij is wel dat EuroCollege met haar uitingen op haar website, brochure en informatieblad ook suggereert dat zij het hoogste slagingspercentage in Nederland heeft en daarmee alle hotelscholen en hbo-scholen (als beste school) verslaat. Voor dat standpunt is geen steun te vinden in de door EuroCollege overgelegde stukken. Dat bij EuroCollege het percentage leerlingen dat nominaal studeert hoger ligt dan in het reguliere onderwijs, heeft EuroCollege voldoende onderbouwd. Dat wordt door de Studenten ook niet bestreden. Waar het de Studenten om gaat, is dat EuroCollege de suggestie heeft gewekt op dat punt ook beter te scoren dan vergelijkbare opleidingen aan andere particuliere hogescholen. Het hof is het met de Studenten eens dat de uitingen van EuroCollege veronderstellen dat zij ermee bekend is wat de percentages nominaal afgestudeerden bij andere particuliere hogescholen zijn. Op vragen daarover van het hof op zitting heeft EuroCollege echter geantwoord dat die cijfers niet bij haar bekend zijn. Andere aanwijzingen heeft EuroCollege niet verstrekt. Wel heeft EuroCollege er in dit verband op gewezen dat zij uniek is in het aanbieden van een driejarige opleiding en daarom per definitie beter scoort dan welke school ook. Met die stelling gaat EuroCollege er echter aan voorbij dat zij zich in haar uitingen niet als uniek presenteert, maar zichzelf juist vergelijkt met andere scholen. Daarbij hebben de Studenten er nog op gewezen dat andere particuliere hogescholen de (vierjarige) opleiding ook versneld aanbieden, zodat deze ook in drie jaar kan worden afgerond. Het hof is van oordeel dat ook deze uitingen van EuroCollege misleidend zijn (artikel 6:193c lid 1 onder b).
Conclusie onjuiste of misleidende mededelingen (6:193c en 6:193g BW)
5.19
Uit het voorgaande volgt dat het hof een oneerlijke handelspraktijk aanneemt daar waar EuroCollege heeft beweerd dat NVAO haar slagingspercentages heeft vastgesteld en vastgelegd in een goedkeurende verklaring (artikel 6:193g BW) en een misleidende handelspraktijk daar waar EuroCollege heeft gesuggereerd dat zij (a) door NRTO of NVAO tien jaar lang is bekroond of onderscheiden als best presterende school van Nederland en (b) in vergelijking met andere hbo-scholen van 2007 tot 2018 de hoogste slagingspercentages heeft behaald (artikel 6:193c BW). Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de misleidende mededelingen de besluitvorming van de Studenten om al dan niet de onderwijsovereenkomst aan te gaan heeft beïnvloed. Het hof acht redelijkerwijs aannemelijk dat de gemiddelde student bij zijn keuze voor een bepaalde opleiding – naast andere aspecten zoals in het geval van EuroCollege de intensieve/persoonlijke begeleiding, de kleinschalige studie met kleine klassen en een verkorte studieduur – ook doorslaggevende betekenis toekent aan de “ranking” van de opleiding. De jaarlijkse ranglijsten van hbo-opleidingen door studenten en de Keuzegids HBO wijzen daar ook op. Een (beweerdelijke) bekroning door onafhankelijke erkende instituten draagt daar wezenlijk aan bij.
5.2
Het hof volgt de Studenten niet in het betoog dat ook sprake zou zijn van een misleidende omissie als bedoeld in artikel 6:193d lid 2, omdat EuroCollege haar mededelingen niet heeft ontkracht. Ter toets ligt voor de informatie die door EuroCollege is verstrekt en niet wat EuroCollege – om deze informatie vervolgens te ontkrachten – naar voren had kunnen brengen. De stelling van de Studenten dat tevens sprake zou zijn van een schending van artikel 6:193c, sub d, BW (onjuiste informatie ten aanzien van de prijs) passeert het hof, omdat deze klacht niet met redenen is omkleed.
Heeft EuroCollege essentiële informatieverplichtingen geschonden?
5.21
De Studenten hebben verder aangevoerd dat er sprake is van een schending van de informatieverplichtingen door EuroCollege en dat die schending een oneerlijke handelspraktijk oplevert in de zin van artikel 6:193d BW (grief II). Onder verwijzing naar artikel 6:230l onder b, d en f BW is er volgens de studenten in ieder geval sprake van vijf ernstige schendingen van de (precontractuele) informatieverplichtingen ten aanzien van de identiteit van de handelaar (handelsnaam, adres en telefoonnummer), de wijze van betaling en het beleid inzake klachtenbehandeling en de duur van de overeenkomst en de voorwaarden voor opzeggen van de overeenkomst. Daarnaast betogen de Studenten dat het ook om essentiële informatie gaat in de zin van artikel 6:193e BW, zodat het weglaten daarvan een misleidende omissie is.
5.22
Bij de beoordeling van de vraag of EuroCollege haar informatieverplichtingen in voldoende mate heeft nageleefd, overweegt het hof dat tussen partijen niet in geschil is dat de overeenkomsten niet op afstand of buiten verkoopruimte zijn gesloten. Verder staat vast dat het om essentiële informatie gaat en dat er overlap bestaat met de informatie die moet worden verstrekt op grond van artikel 6:193e BW, zodat het hof gehouden is ambtshalve te toetsen of EuroCollege aan haar informatieverplichtingen in artikel 6:230l BW heeft voldaan en, bij ontkennende beantwoording, ambtshalve de daaraan verbonden sancties moet toepassen. Tegen die achtergrond zal het hof de enkele mededeling van de Studenten op zitting dat zij hun beroep op artikel 6:230l BW niet langer wensen te handhaven (maar wel sprake is van een oneerlijke handelspraktijk) als onvoldoende (concreet) passeren.
5.23
Het hof oordeelt over de informatieplichten als volgt.
--
identiteit handelaar
5.24
Naar het oordeel van het hof heeft EuroCollege voorafgaand aan de totstandkoming van de onderwijsovereenkomst niet op duidelijke en begrijpelijke wijze haar identiteit kenbaar gemaakt. EuroCollege stelt dat zij haar contactgegevens heeft vermeld op haar website en in een brochure, maar het dossier bevat geen stukken waaruit dat blijkt. In de brochure waar EuroCollege naar verwijst, staan wel bezoekadressen vermeld van locaties in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, waar de informatieavonden worden gehouden (zie hiervoor in rov. 5.9), maar deze informatie is ontoereikend, omdat daaruit niet blijkt wat de vestigingsplaats is van EuroCollege. Dat is wel relevant, omdat in de eveneens overgelegde (blanco) “Onderwijsovereenkomst EuroCollege Hogeschool Amsterdam” geen bezoekadres wordt vermeld, maar wel: “p/a Westblaak 139 (6 hoog)” te Rotterdam. De stelling van EuroCollege dat de Studenten voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst bekend waren met het adres van EuroCollege Amsterdam, omdat de informatieavonden en intakegesprekken daar hebben plaatsgevonden, miskent dat om de identiteit van de handelaar vast te stellen niet het bezoekadres, maar de plaats waar hij (in dit geval de specifieke rechtspersoon EuroCollege Hogeschool Amsterdam B.V.) gevestigd is, relevant is. Het hof tekent hierbij aan dat bij deze onderwijsinstelling verschillende (aparte) rechtspersonen zijn betrokken, zodat voor een gemiddelde student niet duidelijk is waar de (voor hem/haar) relevante rechtspersoon is gevestigd. Het hof heeft overigens wel kunnen vaststellen dat EuroCollege een telefoonnummer en e-mailadres heeft vermeld, waarop zij bereikbaar is. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat EuroCollege in de precontractuele fase niet heeft voldaan aan artikel 6:230l, sub b BW.
-- wijze van betaling en beleid inzake klachtenbehandeling
5.25
Met betrekking tot de wijze van betaling en het beleid inzake klachtenbehandeling overweegt het hof als volgt. EuroCollege heeft aangevoerd dat de wijze waarop betaald moet worden onder meer is opgenomen op het inschrijfformulier en in de brochure. Daarnaast zou dit uitgebreid zijn toegelicht op de informatieavonden, aldus EuroCollege. Het inschrijfformulier is in de onderhavige procedure niet overgelegd, zodat het hof niet kan beoordelen of de daarin opgenomen informatie toereikend is geweest. Wel heeft het hof in de door EuroCollege overgelegde brochure voor het studiejaar 2019/2020 een overzicht gezien van de jaarlijkse opleidingskosten en een beschrijving van extra kosten (inschrijfgeld, examenkosten, studiemateriaal, kosten introductiedagen met de mededeling dat bij studievertraging aangepaste prijzen gelden) en een korte beschrijving van de betalingsmogelijkheden. Het hof is van oordeel dat EuroCollege op dit punt haar informatieplicht niet heeft geschonden. Dat ligt anders met betrekking tot het beleid inzake klachtenbehandeling. EuroCollege heeft ter mondelinge behandeling gesteld dat er een klachtenprocedure is, die (destijds) in de studiegids en als link op de website stond, maar zij heeft geen producties overgelegd waaruit dat blijkt. Ook volgt hieruit niet dat kennisneming van de klachtenprocedure voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst daadwerkelijk mogelijk was. Dat EuroCollege de klachtenprocedure mondeling bespreekt tijdens informatieavonden en intakegesprekken is niet aannemelijk en heeft EuroCollege ook niet aangevoerd. Het hof is daarom van oordeel dat EuroCollege op dit punt wel haar informatieplicht heeft geschonden in de zin van artikel 6:230l, sub d, BW.
-- duur van de overeenkomst en de voorwaarden voor opzeggen van de overeenkomst
5.26
Op grond van artikel 6:230l, sub f, BW moet de handelaar in de precontractuele fase informatie verstrekken over de duur van de van de overeenkomst, of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt en in laatstgenoemd geval, op welke termijn de consument daarna kan opzeggen. De informatie moet worden verstrekt zonder dat de consument zelf de informatie moet opzoeken. Het hof volgt EuroCollege in haar betoog dat de duur van de overeenkomst in voldoende mate is opgenomen in de brochure en acht het redelijkerwijs aannemelijk dat zij de duur van de opleiding heeft besproken op de open dagen en tijdens het intaketraject en toegelicht dat de periode 3 jaar bedraagt, met een nominale studietijd van 2 jaar en 8 maanden. Het hof volgt EuroCollege echter niet in haar standpunt zij de Studenten voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op voldoende duidelijke wijze heeft geïnformeerd over de opzegging en annulering (met een annuleringsfee van 10% of 35%) en de voorwaarden voor verlenging in geval van studievertraging (door een nieuwe overeenkomst te sluiten van ten hoogste een jaar tegen 115% van het actuele tarief van eerste collegejaar). Naar het oordeel van het hof heeft EuroCollege door deze informatie uitsluitend in haar algemene voorwaarden op te nemen, deze niet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op voldoende transparante wijze verstrekt. Daarbij acht het hof ook van belang dat de algemene voorwaarden worden verstrekt tegelijk met het inschrijfformulier (volgens EuroCollege staan deze op de achterzijde van het inschrijfformulier) en dat uit de voorwaarden blijkt dat het inschrijfformulier wordt beschouwd als deel van de onderwijsovereenkomst die van kracht gaat op het moment waarop de inschrijving geschiedt. Dat, naar EuroCollege heeft aangevoerd, de studenten hierover worden geïnformeerd op de open dagen, heeft zij onvoldoende onderbouwd zodat daarvan niet kan worden uitgegaan. Dat de Studenten de overeenkomst allemaal hebben weten te beëindigen, is voor de vraag of EuroCollege voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst aan haar informatieverplichting heeft voldaan niet relevant. Het hof is daarom van oordeel dat EuroCollege ook artikel 6:230l, sub f, BW heeft geschonden.
Conclusie schending essentiële informatieplichten
5.27
Uit het voorgaande volgt dat er dit geval sprake is van drie schendingen van de informatieplichten. Met betrekking tot het informatieverzuim over haar identiteit geldt dat ook sprake is van schending van artikel 6:193e lid 1, sub b BW en daarmee van een misleidende handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193d, lid 1 en 2 BW. Het informatieverzuim met betrekking tot de klachtenbehandeling is eveneens in strijd met het (destijds geldende) artikel 6:193e, lid 1, sub d BW. [3] Naar het oordeel van het hof is daarnaast ook sprake van schending van artikel 6:193e lid 1, sub e BW, nu de wijze waarop de Studenten de overeenkomst kunnen annuleren in de algemene voorwaarden niet op duidelijke en begrijpelijke wijze is uiteengezet.
Gevolgen oneerlijke handelspraktijk en schending informatieplichten
-- vernietiging van de onderwijsovereenkomst
5.28
Op grond van artikel 6:193j lid 3 BW is een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen vernietigbaar. Aangenomen wordt dat – evenals bij een op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten overeenkomst – ook bij een voldoende ernstige schending van de essentiële informatieplichten op de voet van artikel 6:230l BW de rechter gehouden kan zijn om de tussen de handelaar en de consument gesloten overeenkomst anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten te vernietigen.
5.29
De Studenten hebben in dit kader in eerste aanleg (onder meer) terugbetaling gevorderd van de door hen betaalde collegegelden. Deze vordering hebben zij in hoger beroep gehandhaafd. Op de zitting bij het hof hebben de Studenten desgevraagd nader toegelicht dat zij van oordeel zijn dat de onderwijsovereenkomst weliswaar in aanmerking komt voor vernietiging (zie ook grief VI), maar dat – zoals ook door EuroCollege betoogd – een volledige vernietiging niet voor de hand ligt, gelet op de aard van de overeenkomst. Volgens de Studenten zou een 100% vernietiging niet billijk zijn jegens EuroCollege, omdat een deel van de prestatie al is verricht en niet ongedaan kan worden gemaakt. De Studenten hebben ter zitting aangevoerd dat de overeenkomst op grond van artikel 6:193j lid 3 BW dient te worden vernietigd, maar dat met toepassing van artikel 3:53 lid 2 BW Pro de gevolgen van de vernietiging dienen te worden gerealiseerd met schadevergoeding.
5.3
Het hof oordeelt als volgt. Op grond van het voorgaande staat vast dat de onderwijsovereenkomst tussen EuroCollege en de Studenten (mede) als gevolg van oneerlijke handelspraktijken, waarbij het meest in het oog springt de suggestie dat EuroCollege al tien jaar zou zijn bekroond door NTRO en/of NVAO tot best presterende school met het hoogste slagingspercentage 2007-2018, tot stand is gekomen en dat de overeenkomst op grond daarvan vernietigbaar is. Daarnaast is vastgesteld dat EuroCollege de op haar rustende informatieplicht niet heeft nageleefd, doordat zij heeft nagelaten te wijzen op informatie over haar identiteit, de wijze van klachtbehandeling en de voorwaarden voor opzegging en annulering van de onderwijsovereenkomst, zodat de overeenkomst ook op die grond vernietigbaar is.
5.31
Vernietiging van de overeenkomst heeft terugwerkende kracht. Achteraf bezien is de vernietigde rechtshandeling dus nietig geweest vanaf het moment waarop zij werd verricht (artikel 3:53 lid 1 BW Pro). Wanneer, zoals in het onderhavige geval, de overeenkomst al gedeeltelijk is uitgevoerd, zijn die prestaties onverschuldigd verricht en moeten zij in beginsel ongedaan worden gemaakt. Zowel de Studenten als EuroCollege hebben er terecht op gewezen dat het door EuroCollege feitelijk geboden onderwijs naar zijn aard niet ongedaan kan worden gemaakt. De Studenten kunnen het onderwijs dat zij hebben gevolgd niet teruggeven, maar hebben dat onderwijs wel genoten, daarvoor (deel)certificaten behaald en hebben bij andere opleidingen vrijstelling gekregen voor de bij EuroCollege behaalde resultaten. De vernietiging van de overeenkomsten tast deze door de Studenten behaalde studieresultaten niet aan en de Studenten behouden dan ook hun rechten op (afgifte van) (deel)certificaten, waaronder een propedeusediploma. EuroCollege kan daarom aanspraak maken op een vergoeding van de waarde van de prestatie op het ogenblik van ontvangst door de Studenten, voor zover dit redelijk is. Omdat EuroCollege oneerlijke handelspraktijken heeft gehanteerd en meerdere essentiële informatieplichten niet heeft nageleefd, is het gezien de rechtens bestaande verplichting om een doeltreffende, evenredige en afschrikkende sanctie toe te passen, niet redelijk dat EuroCollege een vergoeding zou ontvangen voor de door haar verrichte prestatie zonder enige korting. Het hof acht gelet op de ernst en omvang van de vastgestelde schendingen een korting van 1/3e op de betalingsverplichting van de consument in dit geval redelijk. Het hof zal dan ook bepalen dat EuroCollege 1/3e van de door de Studenten tot 2 november 2020 (en ten aanzien van [appellant 1] , [appellante 3] en [appellant 2] : tot 30 november 2020) verschuldigde collegegelden moet restitueren en zal EuroCollege tot betaling daarvan veroordelen. Dat betekent dat de Studenten aan EuroCollege als waardevergoeding verschuldigd zijn 2/3e gedeelte van het bedrag dat zij vanaf de start van de opleiding tot 2 respectievelijk 30 november 2020 verschuldigd zijn geworden. Na verrekening van dit bedrag met hetgeen de Studenten tot 2 dan wel 30 november 2020 reeds hebben betaald of (wanneer sprake is van achterstallige termijnen tot 2 dan wel 30 november 2020) nog moeten voldoen, kan er een verplichting zijn voor EuroCollege tot restitutie van collegegelden of – in geval van achterstallige betaling – een verplichting rusten op (één van) de Studenten om een restantvordering te voldoen.
5.32
Het hof komt aan de hand van (de door de Studenten niet betwiste) bedragen in productie 118 ev. bij de conclusie van antwoord tot de volgende berekening
Student
Totaal verschuldigd t/m 2/11/21 of 30/11/21
1/3 korting
Totale waarde-vergoeding (2/3)
Totaal betaald ttv de cva (28/7/2021)
Nog te betalen aan EuroCollege
Nog te ontvangen van EuroCollege door de Studenten**
[appellante 1]
€ 24.320,00
€ 8.106,67
€ 16.213,34
€ 19.760,00
€ 3.546,66
[appellante 2]
€ 23.466,66
€ 7.822,22
€ 15.644,44
€ 26.400,00
€ 7.822,13*
[appellante 3]
€ 41.414,50
€ 13.804,83
€ 27.609,67
€ 22.485,50
€ 5.124,17
[appellante 4]
€ 39.450,00
€ 13.150,00
€ 26.300,00
€ 35.289,00
€ 8.989,00
[appellant 1]
€ 25.840,00
€ 8.613,33
€ 17.226,67
€ 20.560,00
€ 3.333,33
[appellante 5]
€ 24.320,00
€ 8.106,67
€ 16.213,34
€ 20.590,00
€ 4.376,66
[appellante 6]
€ 24.320,00
€ 8.106,67
€ 16.213,34
€ 22.800,00
€ 6.586,66
[appellante 7]
€ 24.320,00
€ 8.106,67
€ 16.213,34
€ 16.720,00
€ 506,66
[appellante 8]
€ 24.320,00
€ 8.106,67
€ 16.213,34
€ 22.800,00
€ 6.586,66
[appellant 2]
€ 25.840,00
€ 8.613,33
€ 17.226,67
€ 25.840,00
€ 8.613,33
[appellante 9]
€ 24.320,00
€ 8.106,67
€ 16.213,34
€ 22.800,00
€ 6.586,66
* [appellante 2] heeft, zoals hierna onder rov. 5.45 zal blijken, naast het hier opgenomen bedrag van € 7.822,13, ook recht op terugbetaling van een bedrag van € 2.933,43. In totaal is EuroCollege derhalve aan haar nog verschuldigd een bedrag van € 10.755,56 (€ 7.822,13 en € 2.933,43).
** Voor zover naar aanleiding van het vonnis in eerste aanleg door de Studenten nog aanvullende betalingen zijn gedaan, dienen de hiervoor berekende (nog te ontvangen) bedragen met deze (nadien betaalde) bedragen te worden vermeerderd.
5.33
Het voorgaande voert tot de slotsom dat de grieven II tot en met VI slagen, met dien verstande dat dit niet resulteert in volledige restitutie van de door de Studenten betaalde en (nog) verschuldigde collegegelden, maar tot gedeeltelijke restitutie van de door hen betaalde en (nog) verschuldigde collegegelden.
5.34
Het hof verwerpt overigens het betoog van EuroCollege dat de vordering tot vernietiging wegens schending van informatieplichten (ex artikel 6:230l BW) is verjaard. Artikel 3:52 BW Pro bepaalt dat de verjaringstermijn gaat lopen vanaf het moment dat de vernietigingsbevoegde zijn bevoegdheid daadwerkelijk kan uitoefenen. Nu de informatie waarop de vernietiging is gegrond, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst misleidend en onjuist is gebleken en deels ook niet is verstrekt, kan - anders dan EuroCollege stelt - de datum van de totstandkoming van de overeenkomst niet als aanvangsmoment van de verjaring gelden. EuroCollege heeft verder niet (voldoende) onderbouwd vanaf welk ander moment de Studenten wel daadwerkelijk in de gelegenheid zouden zijn geweest om die bevoegdheid uit te oefenen.
5.35
In het licht van het voorgaande behoeven de grieven VII (beroep op dwaling) en IX (onrechtmatige daad) geen nadere bespreking meer, nu deze grieven zijn geënt op dezelfde feiten en omstandigheden als hiervoor weergegeven en gesteld noch gebleken is dat een beoordeling aan de hand van deze grondslagen tot een andere uitkomst zal leiden als hiervoor genoemd.
Tekortkoming en verzuim
5.36
De Studenten handhaven (met grief VIII) hun standpunt dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de onderwijsovereenkomst aan de zijde van EuroCollege. Zij hebben in eerste aanleg ter onderbouwing aangevoerd dat EuroCollege voorafgaand aan het sluiten van de onderwijsovereenkomst beloftes heeft gedaan die zij niet is nagekomen. Zo zou EuroCollege hoogstaand en geïndividualiseerd onderwijs aanbieden, onder meer door veel contacturen, kleine klassen, kleinschalige, individuele en persoonlijke begeleiding, (direct contact met) vakbekwame docenten die actief zijn in het relevante bedrijfsleven en voldoende en tijdige tentamenkansen. Volgens de Studenten is er van de beloofde intensieve en persoonlijke begeleiding van studenten in de praktijk niets terecht gekomen, hebben de Studenten nauwelijks (fysiek) onderwijs en studiebegeleiding gekregen, waren er geen kleine klassen, zijn er geen vakbekwame docenten ingezet, wisselden docenten en staf voortdurend en was er veel lesuitval. Daarnaast zou slechts een handjevol studenten de eindstreep daadwerkelijk binnen de beloofde twee jaar en acht maanden weten te behalen en moeten studenten die langer over hun studie doen een “boete” betalen van € 5.500,- per kwartaal. Ook is er volgens de Studenten bij EuroCollege sprake van minachting voor vrouwen en bestaat een vrouwonveilige omgeving die afbreuk doet aan de kwaliteit van het onderwijs.
5.37
Bij de beoordeling van deze grief stelt het hof voorop dat als gevolg van de hiervoor genoemde vernietiging van de onderwijsovereenkomsten, de vraag of deze overeenkomsten wegens een tekortkoming en verzuim kunnen worden ontbonden, niet langer relevant is.
5.38
De vernietiging van de onderwijsovereenkomsten sluit echter niet uit dat er als gevolg van een tekortkoming schadevergoeding kan worden gevorderd. Het hof leidt uit de stellingen van de Studenten af dat zij menen dat als gevolg van het feit dat EuroCollege - zoals door haar wel toegezegd - hen onvoldoende intensief heeft begeleid, de Studenten studievertraging zouden zijn opgelopen en dat zij om die reden bij wijze van schadevergoeding terugbetaling van het collegegeld vorderen.
5.39
Het hof wijst, evenals als de rechtbank, deze vordering af. De Studenten hebben slechts in algemene bewoordingen aangevoerd dat zij studievertraging hebben opgelopen. EuroCollege heeft met betrekking tot de door de Studenten opgelopen studievertraging in de conclusie van antwoord in eerste aanleg uitgebreid per student aangevoerd hoe de studievoortgang en verdere begeleiding is geweest. EuroCollege heeft hierbij ter onderbouwing een groot aantal producties in het geding gebracht. Gelet op de gemotiveerde betwisting door EuroCollege, die heeft aangevoerd dat de Studenten vrijwel allemaal op koers lagen om hun studie op tijd af te ronden, had het op de weg van de Studenten gelegen om per student aan te geven in hoeverre zij studievertraging hebben opgelopen en welke concrete schade zij daardoor hebben geleden. Nu zij dat niet hebben gedaan, wordt hun stelling dat zij studievertraging hebben opgelopen bij gebreke van een voldoende onderbouwing gepasseerd
5.4
Naar het oordeel van het hof hebben de Studenten tegenover de gemotiveerde betwisting van EuroCollege ook onvoldoende onderbouwd dat de kwaliteit van het onderwijs en de bijbehorende studentenbegeleiding en ondersteuning door Eurocollege niet heeft voldaan aan de hieromtrent door EuroCollege gedane toezeggingen. Zo heeft EuroCollege verwezen naar accreditatierapporten van de NVAO (over de jaren 2018, 2019 en 2020), waarin NVAO positief oordeelt over de kleinschaligheid van de opleiding en dat de verschillende vormen van begeleiding en de informatievoorziening aan studenten de studievoortgang goed borgen en uitstekend aansluiten bij de behoefte van de studenten. Eurocollege heeft daarnaast aan de hand van verschillende lesroosters van 2018 tot en met 2020 onderbouwd hoeveel contacturen de Studenten in het eerste studiejaar en begin van het tweede studiejaar hebben gehad (productie 8 bij de conclusie van antwoord). Ook gedurende de Covid-19 pandemie heeft EuroCollege – naar haar zeggen – omgeschakeld naar online onderwijs en begeleiding, waarbij het onderwijs-en begeleidingsprogramma nog intensiever was om te voorkomen dat de Studenten studievertraging zouden oplopen. EuroCollege heeft daarnaast een opsomming gegeven van de begeleiders van de Studenten vanaf de start van de opleiding tot 1 juni 2020 en met verwijzing naar de website en brochures aangevoerd dat zij werkt met een groepsgrootte die varieert van 6 tot 19 studenten. Laatstgenoemde stelling heeft EuroCollege concreet onderbouwd met lesverslagformulieren (productie 11 conclusie van antwoord). Zo hadden [appellante 1] , [appellante 2] , [appellante 6] en [appellante 8] een groepsgrootte van 8 personen bij de vakspecifieke onderdelen, [appellante 7] , [appellant 1] en [appellante 9] een groepsgrootte van 6 personen bij de vakspecifieke onderdelen en had [appellante 5] een groepsgrootte van 4 personen bij de vakspecifieke onderdelen. Bij sommige algemene vakken was er sprake van een groepsgrootte van maximaal 18 personen.
5.41
Ook het standpunt van de Studenten dat zij geen les hebben gekregen van (voldoende) vakbekwame docenten, is door EuroCollege gemotiveerd betwist. EuroCollege heeft hiertoe niet alleen verwezen naar de accreditatierapporten van de NVAO (over de jaren 2018, 2019 en 2020), maar ook overzichten overgelegd van docenten en hun professionele achtergrond (productie 10 bij de conclusie van antwoord). Uit de accreditatierapporten van de NVAO volgt dat de panels over verschillende jaren concluderen dat het docententeam gekwalificeerd is voor de inhoudelijke en onderwijskundige realisatie van het programma. De ingezette docenten en begeleiders zijn toereikend om het onderwijs en de begeleiding binnen de opleiding goed te verzorgen en zijn hiervoor goed gekwalificeerd, aldus de NVAO. Dat de sfeer binnen EuroCollege vrouwonvriendelijk zou zijn, hebben de Studenten ook in hoger beroep niet geconcretiseerd of genoegzaam onderbouwd.
5.42
Op grond van al het voorgaande – ook in onderlinge samenhang bezien – is het hof van oordeel dat de Studenten onvoldoende hebben onderbouwd dat EuroCollege is tekortgeschoten in de nakoming van de onderwijsovereenkomst met schade tot gevolg. Grief VIII faalt mitsdien.
De annuleringsfee van 35%
5.43
EuroCollege handhaaft met haar incidenteel hoger beroep (grieven 1 tot en met 4) de door haar in reconventie gevorderde annuleringsfee. Volgens EuroCollege is het annuleringsbeding van artikel C 1 sub c (weergegeven onder 3.9) niet onredelijk bezwarend en moet de annuleringsfee van 35% worden gezien als redelijk loon in de zin van artikel 7:411 BW Pro.
5.44
Het hof overweegt dat als gevolg van de vernietiging van de onderwijsovereenkomsten, geen beroep meer kan worden gedaan op voormeld annuleringsbeding. De op dit annuleringsbeding gebaseerde vordering van EuroCollege is dus niet toewijsbaar.
Teveel betaald door [appellante 2] (grief I)
5.45
Tussen partijen is niet in geschil dat [appellante 2] een bedrag van € 2.933,43 teveel aan collegegeld heeft betaald. Omdat het beroep van EuroCollege op verrekening met de annuleringsfee niet opgaat, is zij gehouden om dit bedrag aan collegegeld aan [appellante 2] terug te betalen. Het hof zal deze vordering hierna toewijzen.
Conclusie en proceskosten
5.46
De conclusie is dat het principaal hoger beroep van de Studenten gedeeltelijk slaagt. De grieven I en II tot en met VI slagen gedeeltelijk, de grieven VII en IX behoeven geen bespreking meer en grief VIII faalt. De grieven X en XII zijn veeggrieven. Grief XI betreft de proceskosten en zal hierna worden besproken. Het hof zal – zoals in rov. 5.31 is geoordeeld – EuroCollege veroordelen tot (terug)betaling van 1/3e van de door de Studenten tot 2 november 2020 (en ten aanzien van [appellant 1] , [appellante 3] en [appellant 2] : tot 30 november 2020) verschuldigde collegegelden. Dit komt neer op de (in de tweede kolom van de tabel in rov. 5.32 opgenomen) volgende bedragen:
-- [appellante 1] : een bedrag van € 8.106,67
-- [appellante 2] : een bedrag van € 7.822,22
-- [appellante 3] : een bedrag van € 13.804,83
-- [appellante 4] : een bedrag van € 13.150,00
-- [appellant 1] : een bedrag van € 8.613,33
-- [appellante 5] : een bedrag van € 8.106.67
-- [appellante 6] : een bedrag van € 8.106,67
-- [appellante 7] : een bedrag van € 8.106,67
-- [appellante 8] : een bedrag van € 8.106.67
-- [appellant 2] : een bedrag van € 8.613,33
-- [appellante 9] : een bedrag van € 8.106,67
5.47
Het incidenteel hoger beroep van Eurocollege slaagt niet. De grieven 1 tot en met 4 falen.
5.48
Het hof zal omwille van de leesbaarheid het bestreden vonnis van 13 juli 2022 geheel vernietigen en een nieuw dictum formuleren. Hetgeen door de rechtbank in reconventie is toegewezen blijft daarbij in stand.
5.49
EuroCollege zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in conventie bij de rechtbank en in het principaal hoger beroep, telkens met wettelijke rente (als gevorderd).
5.5
De kosten van de procedure bij de rechtbank (in conventie) aan de zijde van de Studenten worden, op basis van het toegewezen bedrag vastgesteld, op:
- explootkosten € 111,86
- griffierecht € 1.666,00
- salaris advocaat € 3.540,00 (2 punten × tarief V ad € 1.770,00)
- nakosten
€ 131,00
- totaal: € 5.448,86
5.51
De kosten van de procedure in (principaal) hoger beroep aan de zijde van de Studenten worden, op basis van het toegewezen bedrag, vastgesteld op:
- explootkosten € 125,03
- griffierecht € 343,00
- salaris advocaat € 7.144,00 (2 punten × appeltarief V ad € 3.572,00)
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals in de beslissing vermeld)
- totaal: € 7.790,03
5.52
Het hof zal EuroCollege als de in het incidenteel hoger beroep in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot betaling van de proceskosten in het incidenteel hoger beroep.
5.53
De kosten voor de procedure in incidenteel hoger beroep aan de zijde van de Studenten worden vastgesteld op het salaris advocaat € 3.572,00 (2 punten × appeltarief V ad € 3.572,00 × 0,5).

6.Beslissing

Het hof:
In het principaal hoger beroep:
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 juli 2022 en beslist:
in conventie:
- veroordeelt EuroCollege tot (terug)betaling van de volgende bedragen, aan:
-- [appellante 1] : een bedrag van € 8.106,67
-- [appellante 2] : een bedrag van € 7.822,22
-- [appellante 3] : een bedrag van € 13.804,83
-- [appellante 4] : een bedrag van € 13.150,00
-- [appellant 1] : een bedrag van € 8.613,33
-- [appellante 5] : een bedrag van € 8.106.67
-- [appellante 6] : een bedrag van € 8.106,67
-- [appellante 7] : een bedrag van € 8.106,67
-- [appellante 8] : een bedrag van € 8.106.67
-- [appellant 2] : een bedrag van € 8.613,33
-- [appellante 9] : een bedrag van € 8.106,67
- veroordeelt EuroCollege tot (terug)betaling van een bedrag van € 2.933,43 aan [appellante 2] ;
  • veroordeelt EuroCollege in de kosten van beide instanties aan de zijde van de Studenten voor de procedure bij de rechtbank vastgesteld op € 5.448,86 (in conventie), en in het principaal hoger beroep vastgesteld op € 7.790,03, te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest en, als EuroCollege niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, te vermeerderen met € 92,00 en de kosten van betekening;
  • veroordeelt EuroCollege in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden daarvan zijn voldaan;

in reconventie:

- veroordeelt de Studenten ieder voor zich tot betaling van de volgende bedragen:
-- [appellante 1] een bedrag van € 4.560,00
-- [appellante 3] een bedrag van € 18.929,00
-- [appellante 4] een bedrag van € 4.161,00
-- [appellant 1] een bedrag van € 5.280,00
-- [appellante 5] een bedrag van € 3.730,00
-- [appellante 6] een bedrag van € 1.520,00
-- [appellante 7] een bedrag van € 7.600,00
-- [appellante 8] een bedrag van € 1.520,00
-- [appellant 2] een bedrag van € 3.040,00
-- [appellante 9] een bedrag van € 1.520,00
een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;
- wijst het meer of anders gevorderde af;
- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
In het incidenteel hoger beroep:
- wijst de vorderingen af;
- veroordeelt EuroCollege in de kosten van het incidenteel hoger beroep aan de zijde van de Studenten vastgesteld op € 3.572,00, te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest;
- veroordeelt EuroCollege in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden daarvan zijn voldaan;
In het principaal en incidenteel hoger beroep:
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad
Dit arrest is gewezen door mrs. I. Brand, P.M. Verbeek en J.N. de Blécourt, en ondertekend en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad.
2.HvJEG 23-04-2009, zaak C-261/07 en C-299/07, ECLI:EU:C:2009:244
3.Met ingang van 28 mei 2022 is het in artikel 6:193e, lid 1, sub d, opgenomen vereiste te informeren over de klachtenbehandeling komen te vervallen (Implementatiewet richtlijn modernisering consumentenbescherming – TK 35940).