Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- op 19 december 2023 een journaalbericht van de zijde van de man van diezelfde datum, met bijlagen;
- op 24 januari 2024 een journaalbericht van de zijde van de man van 22 januari 2024, met bijlage;
- op 9 januari 2025 een journaalbericht van de zijde van de man van diezelfde datum, met bijlagen;
- op 10 januari 2025 een journaalbericht van de zijde van de vrouw van diezelfde datum, met bijlagen;
- op 13 januari 2025 een e-mailbericht van de zijde van de vrouw, met bijlagen.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3.De feiten
- [kind 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004, hierna te noemen: [kind 1] ;
- [kind 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2006, hierna te noemen [kind 2] ;
- [kind 3] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009, hierna te noemen: [kind 3] .
4.De omvang van het geschil
- de man per datum indiening verzoekschrift in eerste aanleg aan de vrouw een bijdrage in de kosten van levensonderhoud is verschuldigd van € 3.432,78, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
- de man vanaf 1 november 2020, subsidiair 1 juli 2021, verplicht is aan de vrouw een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de minderjarigen (het hof begrijpt: [kind 2] en [kind 3] ) dient te voldoen;
- de man te veroordelen in de kosten van de procedure in eerste aanleg en van dit hoger beroep wegens het schenden van de op hem rustende inlichtingenverplichting.