ECLI:NL:GHDHA:2025:2853
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake schuldsaneringsregeling en verplichtingen van de schuldenaar
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [appellante] tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam, waarin de schuldsaneringsregeling van [appellante] is verlengd met veertien maanden. De rechtbank heeft vastgesteld dat [appellante] niet aan haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling heeft voldaan, met name de sollicitatieverplichting en de afdrachtverplichting, wat heeft geleid tot een boedelachterstand van € 6.369,14. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld omdat zij het niet eens is met de verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling met twee maanden en de daarbij behorende verplichtingen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [appellante] verklaard dat zij in staat is om de boedelachterstand in te lopen, maar zij betwist de toerekenbaarheid van haar tekortkomingen in de maanden augustus en september 2024, waarin zij door psychische klachten niet heeft gesolliciteerd. De bewindvoerder heeft echter gesteld dat [appellante] toerekenbaar tekortgeschoten is en dat de rechtbank terecht de verlenging en de voorwaarden heeft vastgesteld. Het hof heeft geoordeeld dat de rechtbank de verlenging van de schuldsaneringsregeling terecht heeft vastgesteld en dat de verplichtingen onverkort van toepassing blijven. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.