Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de spoedappeldagvaarding met producties van 24 mei 2024, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag , zittingsplaats ’s-Gravenhage van 6 mei 2024, uitgewerkt op 13 mei 2024;
- h12 formulier met productie 32 (partijgetuigenverklaring van [appellante] ) van mr. Van Galen voornoemd);
- een verklaring van de buurman, overgelegd door mr. Chylinska;
- correspondentie met de school over het verzuim van de zoon van partijen, overgelegd door mr. Van Dalen;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 mei 2024;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlage.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank en de vordering in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
6.Beslissing
- bepaalt dat [appellante] met ingang van de datum van dit vonnis voorlopig met uitsluiting van [geïntimeerde] gerechtigd is tot het gebruik van de woning aan het adres [adres] ;
- veroordeelt [geïntimeerde] om binnen veertien dagen na de betekening van dit arrest de woning te verlaten en deze ter vrije beschikking aan [appellante] te stellen en te laten, onder afgifte van de sleutels aan [appellante] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per overtreding en voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 10.000,- en met machtiging aan [appellante] dit arrest voor zover nodig zelf ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm;
- verbiedt [geïntimeerde] om na het verlaten van de woning zoals hiervoor bedoeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van [appellante] de woning (opnieuw) te betreden;
- compenseert de proceskosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.