Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[geïntimeerde],
2.Medtrading Installaties en Onderhoud B.V.,
1.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 5 juni 2024, waarin GewoonDoen Medtrading en [geïntimeerde] heeft gedagvaard en hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2024 (verbeterd op 3 april 2024);
- het arrest van dit hof van 9 juli 2024, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 september 2024;
- de memorie van grieven van GewoonDoen;
- de incidentele memorie strekkende tot niet-ontvankelijkheid van Medtrading;
- de antwoordconclusie incident van GewoonDoen;
- de akte uitlaten in incident van [geïntimeerde].
2.Aanleiding voor dit incident
3.Vordering in incident
4.Beoordeling van de vordering in incident
Algemene regels voor het instellen van een rechtsmiddel
5.Beslissing
- verklaart GewoonDoen niet-ontvankelijk in haar hoger beroep voor zover dat gericht is tegen Medtrading;
- veroordeelt GewoonDoen tot vergoeding van de proceskosten van Medtrading in dit incident en van het door Medtrading in de hoofdzaak betaalde griffierecht, welke kosten aan de zijde van Medtrading gezamenlijk worden begroot op € 7.953,-
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 29 april 2025 voor memorie van antwoord;
- houdt iedere verdere beslissing aan.