Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak en de beschikking in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- De vader heeft de Belgische nationaliteit en de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit
- Zij zijn de ouders van:
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
- Op 19 januari 2025 heeft de moeder de minderjarigen niet conform de zorgregeling teruggebracht naar de vader en achtergehouden in Nederland.
- De zaak is niet geregistreerd bij de Nederlandse Centrale Autoriteit.
- Bij vonnis van 1 juli 2022, op tegenspraak uitgesproken door de familierechtbank van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, is, voor zover in hoger beroep van belang, beslist dat:
- Bij tussenarrest van 7 november 2023 is door het Hof van beroep Brussel, voor zover in hoger beroep van belang, een maatschappelijk onderzoek bevolen;
- Bij vonnis van het Hof van beroep Brussel van 12 juli 2024 is, voor zover hier relevant,
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , België;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] , België;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , België;