Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Het verdere procesverloop in hoger beroep
- de brief van mr. B. van Zanten van 23 oktober 2025, waarin mr. Van Zanten het hof verzoekt om terug te komen op zijn bindende eindbeslissing en namens de VvE reageert op de door het hof in het tussenarrest genoemde bestuurder;
- de antwoordakte van [geïntimeerde].
3.De verdere beoordeling van het hoger beroep
Het hof komt niet terug van zijn bindende eindbeslissing
“Aannemen, registreren, en behandelen van reparatieverzoeken en schademeldingen aan het gebouw tot een bedrag van € 5.000”.Voor grotere reparaties en projectbegeleiding van het groot onderhoud wordt door Happy VvE een op bladzijde 11 van de offerte genoemd percentage van de aanneemsom als vergoeding berekend.
Begeleiding van kleinere reparaties valt dus onder het bedrag van € 795,-. Grotere reparaties en begeleiding bij grote werkzaamheden aan het pand (zoals het herstel van de fundering) vallen weliswaar buiten dit bedrag, maar hiervan is – anders dan de VvE stelt – wel degelijk op voorhand duidelijk wat de begeleiding door Happy VvE zal gaan kosten, terwijl het gelet op de omvang van dergelijke werkzaamheden redelijk is dat de begeleiding daarvan niet binnen het standaardtarief valt. De VvE wordt in dat geval dus, anders dan zij stelt, niet nodeloos
“op kosten gejaagd”.
nietdat alle andere stemgerechtigden en de VvE worden opgeroepen. Dat is begrijpelijk omdat het hier – anders dan in de gevallen genoemd in artikel 5:130 en Pro 5:140 BW – niet om de wijziging van de goederenrechtelijke positie van de appartementseigenaren gaat, maar slechts om de benoeming van een andere bestuurder. Evenmin is er sprake van een ondeelbare rechtsverhouding. Ook daarom is er geen aanleiding om [belanghebbende] – in weerwil van het feit dat zij geen procespartij is – de gelegenheid te geven om zich nader uit te laten. In zoverre verschilt deze zaak van het geval dat leidde tot het arrest van 21 juni 2024 van de Hoge Raad. [2]
“[belanghebbende]”en als
“ik”benoemde, maar voor het overige geen onderscheid maakte tussen haar eigen standpunten en die van de VvE. [belanghebbende] en de VvE moeten kortom in zoverre op één lijn worden gesteld, zodat er geen aanleiding is om [belanghebbende] zich nog een keer apart te laten uitlaten.
griffierecht € 349,-
salaris advocaat € 3.870,- (3 punten × tarief II)
nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)Totaal € 4.408,-
4.Beslissing
- vernietigt de besluiten die zijn genomen op de VvE vergadering van 8 februari 2024;
- vernietigt de besluiten die zijn genomen op de VvE vergadering van 13 maart 2024, behalve voor zover in die vergadering aan de VvE de bevoegdheid is gegeven om in de onderhavige procedure verweer te voeren en hoger beroep in te stellen;
- machtigt [geïntimeerde] tot:
- verklaart de VvE niet-ontvankelijk in het tegenverzoek;
- veroordeelt de VvE in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 358,-;
- wijst af wat in eerste aanleg meer of anders is gevorderd.
- veroordeelt de VvE in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 4.408,-;
- veroordeelt de VvE in de kosten van de procedure in het incidenteel hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 1.290,-;
- bepaalt dat als de VvE niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, de VvE de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.