ECLI:NL:GHDHA:2026:1584
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- M.J.M. van der Weijden
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aftrek specifieke zorgkosten vervoer in inkomstenbelasting 2021
Belanghebbenden zijn in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank die hun beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2021 ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betreft de aftrek van uitgaven voor vervoer wegens ziekte of invaliditeit. De erflaatster had in haar aangifte specifieke zorgkosten opgevoerd, waaronder vervoerskosten.
De Inspecteur heeft deze vervoerskosten niet in aftrek toegelaten, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de uitgaven daadwerkelijk op de erflaatster hebben gedrukt en dat deze uitgaven rechtstreeks het gevolg waren van ziekte of invaliditeit. De rechtbank oordeelde dat belanghebbenden niet aan hun bewijslast hadden voldaan en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft het hof de zaak opnieuw beoordeeld en geoordeeld dat belanghebbenden geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben ingebracht die tot een andere conclusie leiden. Het hof bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank dat de vervoerskosten niet aftrekbaar zijn en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens is vastgesteld dat het hoorrecht niet is geschonden en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de afwijzing van de aftrek van vervoerskosten wegens ziekte of invaliditeit en verklaart het hoger beroep ongegrond.